Transparant Deurne

Website

Transparant Deurne Facebookpagina van Transparant Deurne

De beschikbare stroomcapaciteit van Helmond-Oost blok A is volledig vergeven. Dit deel van het elektriciteitsnet bedient...
15/09/2026

De beschikbare stroomcapaciteit van Helmond-Oost blok A is volledig vergeven. Dit deel van het elektriciteitsnet bedient ook (delen van) Deurne. Enexis verwacht de benodigde netuitbreiding in 2032, waarbij de planning sterk afhankelijk is van uitbreidingen bij TenneT. Dat kan grote gevolgen hebben voor woningbouw, bedrijven en voorzieningen in onze gemeente.

Bestaande woningen houden gewoon hun stroom. Het probleem zit bij nieuwe of zwaardere aansluitingen. Een woningbouwplan, een ondernemer die wil uitbreiden of een inwoner die voor verduurzaming een zwaardere aansluiting nodig heeft, kan daardoor op een wachtlijst belanden. En die wachttijd kan jaren duren.

Transparant Deurne stelde hierover in april al politieke vragen. Die gingen over Helmond-Zuid en de gevolgen voor het buitengebied van Liessel, Neerkant en Helenaveen. In mei antwoordde het college dat voor Helmond-Oost nog gereserveerd vermogen beschikbaar was. Inmiddels meldt Enexis dat de capaciteit van blok A volledig is vergeven.
https://www.enexis.nl/zakelijk/netcapaciteit/congestie/congestiemanagement/onderzoeken/noord-brabant/helmond-oost-blok-a-ea

Dat betekent niet automatisch dat alle bouwplannen stilvallen. Er kunnen ook Deurnese projecten tussen zitten waarvoor inmiddels capaciteit is vastgelegd. Maar welke zijn dat? Hoeveel woningen kunnen daardoor verder en welke plannen moeten wachten?

Het college had voor de eerste helft van juni een overzicht toegezegd van de stand van zaken per project. Die terugkoppeling is nog niet met de raad gedeeld. Daarom vragen we opnieuw om dat overzicht, bijgewerkt naar de huidige situatie. Ook willen we een duidelijke kaart van de gebieden in Deurne die onder Helmond-Oost en blok A vallen.

Voor sommige woningbouwprojecten geldt een overgangsregeling. Maar ook daar is aanmelden niet hetzelfde als capaciteit krijgen. Enexis meldde op 11 september dat aanvullende berekeningen nog lopen. Voor de betrokken projecten wordt uiterlijk eind september meer duidelijk over de beschikbare ruimte.

Vanaf oktober kunnen gemeenten bovendien eerder stroomcapaciteit aanvragen voor toekomstige woningbouw en scholen. Het is belangrijk dat Deurne die aanvragen goed voorbereidt. Maar: eerder aanvragen en maatschappelijke voorrang maken het stroomnet niet groter. Als er geen capaciteit is, valt er ook niets te verdelen.

Daarom vragen we vooral wat er gebeurt om daadwerkelijk eerder ruimte te maken. Kunnen netuitbreidingen worden versneld? Welke afspraken zijn mogelijk met grote bedrijven over onbenutte capaciteit en het verschuiven van stroomgebruik buiten piekmomenten? Waar kunnen slim aangestuurde batterijen helpen? En welke concrete oplossingen levert de gezamenlijke crisisaanpak met Eindhoven, de MRE en de netbeheerders op voor Deurne?

De gemeente kan dit probleem niet alleen oplossen, maar ze kan wel zorgen dat projecten goed zijn voorbereid, ruimte voor netuitbreidingen beschikbaar komt en procedures voortvarend worden doorlopen. En dat inwoners en ondernemers weten waar ze aan toe zijn.

Een betere plek op de wachtlijst is niet genoeg. We willen weten welke plannen kunnen doorgaan en wat er concreet gebeurt om de rest eerder mogelijk te maken. Daarover heeft Transparant Deurne opnieuw zeven politieke vragen gesteld. Zodra de antwoorden er zijn, delen we die.

Lees de uitgebreide versie op onze website:
https://www.transparantdeurne.nl/2026/09/15/stroomnet-vol-wat-kan-er-nog-in-deurne/

Welke kleur heeft jouw straat? Ontdek hoe onze dorpen zijn gegroeid.Een oude dorpsstraat, een naoorlogse woonwijk of een...
12/09/2026

Welke kleur heeft jouw straat? Ontdek hoe onze dorpen zijn gegroeid.

Een oude dorpsstraat, een naoorlogse woonwijk of een buurt die er pas enkele jaren staat: iedere periode heeft haar eigen kleur op onze kaarten. Samen vertellen ze het verhaal van Deurne, Vlierden, Liessel, Neerkant en Helenaveen. En die dorpen groeiden ieder op hun eigen manier.

📍 Deurne groeide met complete woonwijken. Houtenhoek, Provinciewijk, Koolhof en Heiakker zijn als afzonderlijke bouwgolven herkenbaar. Oude wegen en de spoorlijn bepaalden mede waar die uitbreidingen kwamen.

📍 Vlierden bleef een vertakt lintdorp. De bebouwing groeide langs bestaande wegen naar elkaar toe. Nieuwere buurtjes werden daar tegenaan gebouwd.

📍 Liessel werd steeds compacter. Rond de oude wegen en de dorpskern kwamen aan verschillende kanten nieuwe buurten. Ook de wederopbouw na de oorlog liet duidelijke sporen achter.

📍 Neerkant bleef verbonden met de oude weg door de Peel. Langs de Dorpsstraat groeiden losse groepjes bebouwing naar elkaar toe, met latere uitbreidingen aan weerszijden.

📍 Helenaveen heeft een heel andere oorsprong. Het dorp werd gesticht voor de turfwinning. De Helenavaart en de ontginning bepalen nog altijd de herkenbare vorm van het dorp.

De kleuren laten zien uit welke periode de huidige woonpanden stammen. Zo ontdek je waar oude bebouwing bewaard bleef, waar hele buurten tegelijk verschenen en waar de nieuwste woningen zijn toegevoegd.

Herken jij de groei van jouw buurt? Bekijk alle vijf de kaarten en lees het verhaal achter de kleuren op onze website:
https://www.transparantdeurne.nl/2026/08/12/zo-groeide-deurne/

Liessel tapt waterLangverwacht watertappunt staat er eindelijkHij staat er nu al een paar weken. Bij het toeristisch-rec...
03/09/2026

Liessel tapt water

Langverwacht watertappunt staat er eindelijk

Hij staat er nu al een paar weken. Bij het toeristisch-recreatieve startpunt bij Sportpark De Smeltkroes staat eindelijk het zo lang gewenste watertappunt. Hoog tijd om daar aandacht aan te geven, want achter deze ene kraan zit een verhaal van jarenlang volhouden.

De Dorpsraad Liessel nam jaren geleden het initiatief voor een centrale startplaats voor onder meer de Liesselse ommetjes. Er kwamen picknicktafels, informatieborden en een bloemenweide. Ook een watertappunt hoorde bij het plan.

Vrijwel alles was geregeld. Brabant Water zou het tappunt kosteloos plaatsen en aansluiten. Ook het vastrecht en waterverbruik waren gedekt. Alleen het jaarlijkse onderhoud van ongeveer 290 euro bleef over. Toch gaf de gemeente niet thuis.

Transparant Deurne stelde hierover in november 2021 al raadsvragen. Het mocht niet baten. In 2023 werd het rustpunt geopend, compleet met picknickplaats en routes, maar zonder water voor fietsers en wandelaars.

In juli 2025 kwam het onderwerp opnieuw in de gemeenteraad. Bij de behandeling van een bredere motie, ingediend door DeurneNU over openbare watertappunten heeft Transparant Deurne ervoor gezorgd dat de bekende locatie in Liessel met voorrang werd opgenomen. De voltallige gemeenteraad stemde daarmee in.

Nu staat het tappunt er dus echt. Een mooi en tastbaar resultaat. Vooral een compliment aan de Dorpsraad Liessel, Stichting Belsa, de betrokken ondernemers en iedereen die dit initiatief al die jaren levend heeft gehouden.

Daarmee zijn we er nog niet. De aangenomen motie gaat over meerdere openbare watertappunten in de hele gemeente. Deurne heeft volop wandel- en fietsroutes, sportparken, scholen, dorpscentra en recreatieplekken waar zo’n voorziening van waarde kan zijn.

De volgende stap is dan ook: geschikte locaties kiezen, geld beschikbaar stellen en uitvoeren. Meer actie, meer zichtbaar resultaat en meer watertappunten.

Liessel heeft lang genoeg gewacht. Het water stroomt. Nu de volgende locaties.

Saskia Boelema: het kan niet andersAdvocaat provincie: wel een alternatiefSaskia Boelema hield Brabant voor dat er geen ...
18/08/2026

Saskia Boelema: het kan niet anders
Advocaat provincie: wel een alternatief

Saskia Boelema hield Brabant voor dat er geen ander besluit mogelijk was. De natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven moeten vrijwel volledig worden ingetrokken. De rechter zou Gedeputeerde Staten (GS) geen keuze laten.

Vijftien dagen voor het besluit schreef de advocaat van de provincie iets heel anders:
“Het alternatief is het aanschrijvingsverzoek afwijzen.”

Twee getroffen bedrijven liggen in Helenaveen en Neerkant. Daarom hebben wij als Transparant Deurne het hele dossier opnieuw bekeken: het Statendebat, de uitspraak, de Statenstukken en de via Woo openbaar gemaakte documenten, waaronder de interne correspondentie.

Voor de ondernemers was in een vergadering van bijna tien uur welgeteld 120 seconden spreektijd beschikbaar. Twee minuten voor de mensen die hun bedrijf dreigen kwijt te raken. Uren voor de bestuurders die moesten uitleggen hoe het zover heeft kunnen komen.

Ook Provinciale Staten werden vooraf niet actief geïnformeerd over het verstrekkende besluit van 7 juli. Statenleden moesten via de krant vernemen wat GS had besloten.

===

Tussen de Woo-documenten vonden wij vervolgens een interne mail die Boelema tijdens het debat niet werd voorgehouden.

Op 22 juni, vijftien dagen voor het besluit, beoordeelde advocaat-partner Roelof Reinders van Pels Rijcken het beslisdocument van de provincie. Reinders is gespecialiseerd in omgevingsrecht, natuurbeschermingsrecht en stikstofzaken. Hij was bovendien betrokken bij het hoger beroep van Brabant in deze zaken.

Reinders vroeg waarom juist bij ieder van deze bedrijven 85 procent reductie noodzakelijk was. Daarvoor waren volgens hem aanvullende gegevens nodig.

Misschien zelfs een berekening.

De onderbouwing die Boelema later als onvermijdelijk presenteerde, was twee weken voor het besluit dus nog niet rond.

Daarna schreef Reinders letterlijk:
“Het alternatief is het aanschrijvingsverzoek afwijzen.”

Daarmee stort Boelema’s verhaal dat “het niet anders kon” in. De rechter had 85 procent niet opgelegd. GS koos daar zelf voor, terwijl de eigen advocaat vijftien dagen eerder nog een alternatief aanwees en om onderbouwing vroeg waarom juist 85 procent noodzakelijk was.

Boelema verkocht een keuze van GS als een bevel van de rechter. Haar eigen dossier bewijst het tegendeel.

===

De advocaat van de provincie zag dus wel een alternatief.

Reinders zag daarbij ook een juridisch risico. Als GS het verzoek zou afwijzen met een beroep op de algemene Brabantse emissieregels voor veehouderijen, kon de Raad van State die algemene regels gaan beoordelen.

Een ongunstige uitspraak kon het voor Brabant moeilijker maken om die regels later ook in andere zaken als argument te gebruiken.

Afwijzen kon dus gevolgen hebben voor het bredere provinciale beleid. Onmogelijk was het niet. Reinders noemde het zelf een alternatief.

Toch kwam zijn mail tijdens het bijna tien uur durende Statendebat geen enkele keer ter sprake. Geen Statenlid hield Boelema deze passage voor.

GS koos voor intrekking. Boelema vertelde daarna dat het niet anders kon.

===

Tijdens het debat werd haar wel voorgehouden dat de rechter nergens letterlijk had opgedragen de vergunningen voor 85 procent in te trekken.

Boelema antwoordde:
“Dat is correct.”

De rechter schreef geen minimale intrekking van 85 procent voor. In de uitspraak staat juist:
“Deze beperkingen mogen niet strekken tot een beperking van meer dan 85% van de emissieruimte.”

Niet meer dan 85 procent.

Dat percentage kwam bovendien niet uit een berekening waaruit bleek dat de natuur bij ieder bedrijf precies 85 procent nodig had. De rechtbank sloot aan bij de LBV en LBV-plus. Deelnemers aan die vrijwillige beëindigingsregelingen mogen 15 procent restemissie behouden voor een nieuwe activiteit, zolang op die locatie geen landbouwhuisdieren meer worden gehouden.

De rechter wilde voorkomen dat deze ondernemers slechter zouden worden behandeld dan bedrijven die vrijwillig stoppen. De 85 procent was een grens aan wat GS mocht afpakken, geen opdracht om bij alle vijf bedrijven precies zoveel af te pakken.

Waarom 85 procent bij ieder afzonderlijk bedrijf noodzakelijk was, moest GS dus zelf aantonen.

Vijftien dagen voor het besluit vroeg de eigen advocaat nog om precies die onderbouwing. Mogelijk moest er zelfs nog een berekening worden gemaakt.

Boelema kon die 85 procent dus niet op het bord van de rechter leggen. Het was een keuze van GS.

===

De ondernemers hadden ondertussen concrete plannen ingediend met forse reducties. Pels Rijcken schreef op 2 februari zelf:
“Er zijn dus reeds concrete reductievoorstellen in beeld.”

Frank Rooijakkers uit Helenaveen stelde voor chemische luchtwassers op alle stallen te plaatsen. Dat zou bij die stallen ongeveer 90 procent ammoniakreductie opleveren. Over zijn volledige vergunde situatie kwam het plan uit op ongeveer 72 procent reductie, met behoud van de kippen.

Dat plan hoefde voor GS niet automatisch voldoende te zijn. Maar dan moest het college wel berekenen hoeveel depositie na uitvoering zou overblijven en waarom de stap van 72 naar 85 procent noodzakelijk was.

Dat antwoord kwam niet.

GS liet de ondernemers maandenlang wachten zonder inhoudelijke reactie. Een bestuurlijk gesprek kwam er voor het besluit evenmin.

Boelema erkende tijdens het debat:
“We hadden eerder met betrokken ondernemers om tafel moeten gaan zitten.”

En:
“Ik doe dat zelf vanaf nu anders.”

Vanaf nu. Na het besluit.

===

GS had zelf 10 juli als termijn bij de rechter aangedragen. Boelema vertelde vervolgens dat het college “pas om vijf voor twaalf, op 7 juli” besloot.

Het college liet maanden verstrijken en ontdekte vlak voor de zelfgekozen deadline dat er zogenaamd geen andere mogelijkheid meer was.

Boelema bood in de krant haar excuses aan. Persoonlijk hadden de ondernemers die excuses niet ontvangen.

“Nee, dat hebben zij niet.”

Nu komt ze alsnog op de koffie. Na maanden stilte. Na het besluit. Die koffie kan koud worden geschonken. GS heeft deze ondernemers ook lang genoeg laten wachten.

Ondertussen blijft Boelema hoop verkopen:
“Op dit moment is niets onomkeerbaar.”

Maar de procedure loopt gewoon door. Rond 1 oktober moet het ontwerpbesluit volgen. Tijdens het debat erkende Boelema zelf dat de kans op een andere afloop klein is.

De bedrijven mogen 15 procent van hun emissieruimte behouden, maar die niet gebruiken voor landbouwhuisdieren. Op deze locaties mogen dan geen kippen meer worden gehouden.

Stoppen, verplaatsen of iets anders gaan doen worden als alternatieven gepresenteerd. Het familiebedrijf op de huidige locatie voortzetten hoort daar kennelijk niet bij.

===

Ook inhoudelijk ging Boelema tijdens het debat pijnlijk de mist in. Zij gebruikte 84.000 kilo uitstoot om de vijf bedrijven als uitzonderlijk grote vervuilers neer te zetten, begon daarbij over “NO” en corrigeerde zichzelf vervolgens naar ammoniak.

NO is stikstofmonoxide. Ammoniak, dat is NH3.

Ook emissie en depositie worden, in de officiële beantwoording van technische vragen, door elkaar gehaald. Emissie is wat bij de bron wordt uitgestoten, uitgedrukt in kilo’s. Depositie is het deel dat volgens AERIUS op een specifiek stuk natuur terechtkomt, uitgedrukt in mol per hectare per jaar.

Juist die depositie per bedrijf, per natuurgebied en per habitattype moet bepalen welke reductie werkelijk nodig is.

Wie vijf familiebedrijven vrijwel hun hele vergunning wil afnemen, moet de basisbegrippen uit het eigen dossier beheersen.

===

Boelema zei ook:
“Dit gaat over vijf bedrijven, niet over alle Brabanders. Het is uitzonderlijk.”

Even later sprak zij over “grote gebiedsbelasters” en over “Brabant weer open” krijgen.

Daarmee plaatste ze deze vijf bedrijven zelf in een veel groter verhaal. Brabant zoekt ruimte voor woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling. Voor de groei van Brainport wordt die ruimte met man en macht gezocht.

Brabant heeft bovendien een stikstofbank, met een aparte doelenbank voor Logistiek Park Moerdijk. Of ruimte van deze vijf bedrijven daarin terechtkomt, maakt GS niet bekend.

Maar als 85 procent volgens Boelema noodzakelijk is voor de natuur, kan diezelfde ruimte niet ook worden uitgegeven aan nieuwe projecten. GS moet daarom openbaar maken of uit deze intrekkingen depositieruimte in AERIUS Register wordt gezet, en waarvoor die wordt gebruikt.

===

Na bijna tien uur vergaderen nam een meerderheid motie M100 aan. GS moet met de ondernemers praten, hun plannen bekijken en het trappetje van Remkes doorlopen.

Precies wat Boelema tijdens het debat toch al had toegezegd.

Zij noemde de motie zelf:
“Een steun in de rug voor de lijn die ik namens het college al heb uitgesproken.”

Het besluit van 7 juli blijft staan. De procedure loopt door. De ontbrekende berekeningen hoeven niet openbaar te worden gemaakt. De ondernemers kregen geen enkele garantie.

De Staten vergaderden bijna tien uur en stuurden Boelema met een aanmoedigingsprijs naar huis.

Roelof Reinders had het alternatief opgeschreven.
Boelema vertelde dat GS niet anders kon.
Geen Statenlid hield haar de interne mail voor.

In Helenaveen en Neerkant dreigen twee familiebedrijven daarvoor de prijs te betalen.

==========

De interne mail van Pels Rijcken, de rechterlijke uitspraak, de belangrijkste Statenstukken en onze uitgebreide factcheck zijn te vinden op onze website. Daar leggen we ook uit wat termen als emissie, depositie, AERIUS en hexagonen betekenen en laten we precies zien waar de interne mail in het provinciale dossier staat:
https://www.transparantdeurne.nl/2026/08/18/boelema-het-kan-niet-anders/

De halve rechtsstaat van WöstenValentijn Wösten meent vijf Brabantse wethouders terug naar de schoolbanken te moeten stu...
15/08/2026

De halve rechtsstaat van Wösten

Valentijn Wösten meent vijf Brabantse wethouders terug naar de schoolbanken te moeten sturen voor een cursus openbaar bestuur. Stevige woorden. Paginagroot krijgt hij ruimte in het ED, “als gastschrijver”. Maar wie zo hoog van de toren blaast, mag zelf ook kritisch worden bevraagd.

Wösten heeft op één punt gelijk: een vergunning is juridisch geen contract. Het is een besluit van de overheid.

Maar daarmee is de discussie bepaald niet klaar. Een vergunning is ook geen vrijblijvend papiertje dat diezelfde overheid zomaar weer kan afpakken. Ondernemers investeren soms miljoenen op basis van vergunningen die door de overheid zelf zijn verleend. Rechtszekerheid, proportionaliteit en een betrouwbare overheid zijn óók publieke belangen.

En juist daar ging het gisteren in Provinciale Staten over. Gedeputeerde Saskia Boelema erkende dat het proces richting de vijf pluimveehouders niet goed is verlopen. Ondernemers dienden plannen in, wachtten maanden op een reactie en Boelema bood excuses aan. De provincie gaat nu alsnog opnieuw met hen om tafel.

Zelfs landbouwminister Jaimi van Essen vindt dat eerst alles op alles moet worden gezet om intrekking te voorkomen.

Ondertussen veranderde de veelbesproken VVD-motie feitelijk niets aan het voornemen. Er moet nog een keer worden gepraat en het ‘trappetje van Remkes’ moet worden afgelopen. Daarna kan de conclusie nog steeds zijn: vergunning intrekken.

Veel politieke beweging dus, maar voorlopig weinig bestuurlijke verandering.

En dan Wösten zelf. Hij zet vijf vergunde ondernemers in één verhaal met Tata Steel, PFAS, Schiphol, illegaal uitgebreide veebedrijven en ontsporende boerenprotesten. Geheel irrelevant en alleen handig voor het beeld.

Maar het zegt niets over de vraag of bij deze vijf bedrijven een intrekking tot 85 procent noodzakelijk en evenredig is.

Wösten is bovendien bepaald geen neutrale buitenstaander. Zijn eigen juridisch adviesbureau meldt dat het sinds ongeveer 2005 initiatiefnemer is geweest van honderden, deels richtinggevende rechtszaken over stikstof en natuur.

Procederen is een recht. Maar er mag ook de vraag worden gesteld waar juridisch natuuractivisme eindigt en waar een juridisch verdienmodel rond de stikstofcrisis begint.

Zeker wanneer iemand die zelf al twintig jaar via de rechtszaal het stikstofbeleid probeert te beïnvloeden, gekozen bestuurders vervolgens de maat neemt omdat zij óók oog hebben voor rechtszekerheid en de positie van ondernemers.

Nederland wordt namelijk niet vanuit één belang bestuurd. Natuur is een publiek belang. Maar een betrouwbare overheid ook.

En het mooiste is dat Wösten dat uiteindelijk zelf bevestigt. De provincie moet volgens hem duidelijk maken waarom intrekking noodzakelijk is en waarom onvoldoende alternatieven bestaan.

Precies. Daar vragen de vijf wethouders om.

Dus voordat Valentijn Wösten anderen terugstuurt naar de schoolbanken, kan hij misschien zelf nog één les openbaar bestuur herhalen:

De rechtsstaat verplicht niet alleen burgers en ondernemers zich aan de overheid te houden. Hij verplicht de overheid zich ook behoorlijk tegenover burgers en ondernemers te gedragen.

Boelema, de Brabantse bulldozer - De verborgen agenda achter ‘geen andere uitweg’?„Er is geen ander besluit mogelijk. We...
31/07/2026

Boelema, de Brabantse bulldozer - De verborgen agenda achter ‘geen andere uitweg’?

„Er is geen ander besluit mogelijk. We doen dit met zwaar gemoed”, zegt D66-gedeputeerde Saskia Boelema.

Die eerste bewering houdt geen stand. De tweede klinkt na alles wat er is gebeurd volstrekt ongeloofwaardig.

Het Brabantse provinciebestuur, Gedeputeerde Staten (GS), wil de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders vrijwel volledig intrekken. Twee van die bedrijven liggen in onze eigen gemeente, in Helenaveen en Neerkant. De ondernemers mogen 15 procent van hun emissieruimte behouden, maar die ruimte niet meer gebruiken voor het houden van dieren. Feitelijk betekent dat het einde van de pluimveehouderij op deze locaties.

Boelema presenteert die uitkomst als een rechtstreeks bevel van de rechter. De rechtbank verplichtte de provincie inderdaad om maatregelen te nemen. Brabant kon niet opnieuw volstaan met algemene beloften over toekomstig stikstofbeleid. Maar de rechter schreef niet voor dat minimaal 85 procent moest verdwijnen en al helemaal niet dat de vijf familiebedrijven moesten stoppen.

De rechtbank liet de keuze van de concrete maatregel juist bij de provincie. GS kon de vergunning gedeeltelijk intrekken, de bedrijfsvoering beperken of andere maatregelen opleggen. Daarbij moest de provincie per bedrijf de minst bezwarende effectieve maatregel kiezen.

Toch schrijft GS in zijn eigen statenmededeling eerst dat een maatregel:

▌ „niet verder beperkend dan 85% van de emissieruimte”

mag zijn.

Enkele regels later maakt het provinciebestuur daar ineens het tegenovergestelde van:

▌ „De uitspraak geeft ons geen ruimte om […] tot gedeeltelijke intrekking, minder dan bovenstaande 85%, over te gaan.”

Van niet meer dan 85 procent wordt zo niet minder dan 85 procent gemaakt. Een rechterlijke bovengrens verandert onder verantwoordelijkheid van Boelema in een verplicht minimum.

Dat is geen onschuldig woordverschil. Het is het verschil tussen een ondernemer die na een forse reductie mogelijk kan doorgaan en een familiebedrijf dat definitief moet verdwijnen.

De ondernemers hebben wel degelijk alternatieven aangedragen. Er zijn plannen gemaakt voor forse vermindering van de uitstoot, technische aanpassingen, minder dieren en andere vormen van voortzetting. Volgens ZLTO was daarbij steeds het uitgangspunt dat een vorm van dierhouderij op de locaties behouden zou blijven.

Daar is tijd, geld en energie in gestoken.

Vervolgens kregen de ondernemers ongeveer een halfjaar geen inhoudelijke reactie. Volgens ZLTO hoorden zij op 17 juli ambtelijk dat hun plannen terzijde waren geschoven en dat de provincie koerst op beëindiging van de pluimveehouderij. ZLTO vat het scherp samen:

▌ „De rechter vraagt om stikstofreductie, niet om bedrijfsbeëindiging.”

De kern daarvan klopt. De rechtbank verplichtte Brabant tot effectieve maatregelen die de stikstofdepositie blijvend en substantieel verminderen. Zij schreef niet voor dat deze vijf bedrijven moesten worden beëindigd.

GS erkent de maandenlange stilte zelf:

▌ „Het klopt dat wij het afgelopen half jaar geen inhoudelijke terugkoppeling hebben gegeven.”

Daar wordt onmiddellijk aan toegevoegd:

▌ „Overigens had dit niet tot een andere uitkomst geleid.”

Die tweede zin zegt alles.

Ondernemers moesten plannen laten ontwikkelen, technieken onderzoeken en kosten maken. Maar volgens het provinciebestuur zou overleg, uitleg of aanpassing toch niets aan de uitkomst hebben veranderd. Hoeveel echte ruimte was er dan ooit om gezamenlijk tot een oplossing te komen?

De provincie vroeg de ondernemers om mee te denken, maar had kennelijk al besloten waar het proces moest eindigen.

Nog onthullender is een andere zin uit dezelfde statenmededeling. GS schrijft dat de uitspraak, in combinatie met het nieuwe kabinetsbeleid, vraagt om:

▌ „een keuze die verder gaat dan uitsluitend de oorspronkelijke reductieopgave.”

Een keuze.

Een keuze die bovendien verder gaat dan de oorspronkelijke reductieopgave.

Wie dat zelf opschrijft, kan niet tegelijkertijd volhouden dat er geen keuze bestond. De rechter verplichtte de provincie om in te grijpen. Het provinciebestuur koos zelf hoe ver het wilde gaan en schrijft nu al dat toekomstige activiteiten op deze locaties volgens GS alleen nog mogelijk zijn zonder landbouwhuisdieren.

Daarom is de vraag naar een verborgen agenda niet uit de lucht gegrepen.

Ging dit proces werkelijk nog over het vinden van voldoende stikstofreductie? Of was inmiddels besloten dat de pluimveehouderij op deze vijf locaties hoe dan ook moest verdwijnen?

De ondernemers dachten dat zij moesten aantonen hoe zij hun uitstoot fors konden verminderen. De provincie blijkt uiteindelijk alleen nog een toekomst zonder dieren te willen bespreken. Dan is reductie geen route naar behoud meer. Dan is het een tussenstation op weg naar beëindiging.

Boelema moet die politieke koers of ideologie verdedigen. Open en eerlijk. Zij mag zeggen dat zij een forse reductie onvoldoende vindt. Zij mag zeggen dat zij op deze locaties geen toekomst meer ziet voor pluimvee. Maar dan moet zij daarvoor zelf de politieke verantwoordelijkheid nemen.

Zij kan haar eigen keuze niet achter de toga van de rechter verbergen.

Ondertussen laat de provincie zelf de rechterlijke beslistermijn verlopen. GS accepteert dat de dwangsommen in de vijf zaken oplopen tot maximaal 75.000 euro. Dat geld wordt niet betaald doordat de boeren weigerden mee te werken, maar omdat het provinciebestuur niet tijdig nieuwe besluiten bekendmaakt.

Terwijl ondernemers maanden op een inhoudelijke reactie wachtten, liep bij de provincie de teller door. Geld dat terechtkomt bij organisaties die hun juridische strijd tegen volgende ondernemers daarmee kunnen voortzetten.

Boelema kan zich vervolgens niet verschuilen achter tijdsdruk. De provincie nam zelf een halfjaar voor de beoordeling, gaf de ondernemers geen inhoudelijke terugkoppeling en accepteert daarna publiek geld te moeten betalen omdat zij de rechterlijke termijn overschrijdt. Dat is geen zorgvuldig bestuur. Dat is bestuurlijk falen waarvan anderen de rekening krijgen.

Ook het beroep op een „zwaar gemoed” overtuigt daardoor niet.

Achter deze procedures staan vijf ondernemers en hun gezinnen. In Helenaveen en Neerkant gaat het om bedrijven die jarenlang zijn opgebouwd, om woningen, investeringen, inkomen en toekomst. Die gezinnen dragen al jaren de juridische, financiële en emotionele druk.

Boelema verliest geen bedrijf. Zij ziet geen gezinsvermogen verdwijnen. Zij hoeft thuis niet uit te leggen waarom het levenswerk van meerdere generaties moet stoppen.

De zware woorden zijn voor het interview. De zware gevolgen zijn voor de gezinnen.

Het provinciebestuur schrijft zelf dat het verplicht is een evenwichtige belangenafweging te maken. Maar in de uiteindelijke koers is van evenwicht nauwelijks iets terug te zien. Natuurbescherming wordt op alle fronten vooropgezet. De gevolgen voor gezinnen, rechtszekerheid, ondernemerschap, werkgelegenheid en de leefbaarheid van het platteland worden wel genoemd, maar mogen niets meer aan de uitkomst veranderen.

Natuurbescherming is een zwaarwegend publiek belang. Het is niet het enige belang.

Een bestuurder die werkelijk afweegt, moet uitleggen waarom de extra reductie boven op een al vergaand ondernemersplan zwaarder weegt dan het voortbestaan van een familiebedrijf. Waarom moet een bedrijf verdwijnen als forse vermindering mogelijk is? Welke extra natuurwinst rechtvaardigt het verlies van woningen, investeringen, werkgelegenheid en toekomstperspectief? Wat kost die laatste stap de samenleving? En waarom is volledige bedrijfsbeëindiging evenrediger dan een oplossing waarmee uitstoot fors daalt en ondernemerschap behouden blijft?

Die afweging zien we niet.

De provincie deelt mee dat de bedrijven ook na uitvoering van hun plannen tot de grootste belasters zouden blijven behoren. Dat is een rangorde, geen belangenafweging. Een bedrijf kan na een enorme reductie nog steeds boven aan een lijst staan. Daarmee is niet bewezen dat het moet verdwijnen.

Boelema zet één belang op alle fronten voorop. De overige belangen mogen nog in de statenmededeling worden genoemd, maar blijken geen werkelijke grens meer te stellen aan haar koers.

Boelema gaat er met de bulldozer dwars doorheen.

Deze kwestie raakt daarom veel meer dan vijf bedrijven. Wanneer ondernemers jarenlang op basis van verleende vergunningen werken, investeren in verduurzaming en op verzoek van de overheid nieuwe reductieplannen maken, maar uiteindelijk alsnog horen dat hun bedrijf moet verdwijnen, komt de rechtszekerheid van het hele Brabantse platteland onder druk te staan.

Waarom zou een ondernemer nog investeren in schonere techniek, een nieuwe stal of verdere emissiereductie wanneer de overheid tijdens het proces de opdracht kan veranderen van verminderen naar stoppen?

Geen ondernemer weet nog welk eindpunt de provincie hanteert. Formele natuurdoelen bestaan, maar wanneer vindt de overheid dat een onderneming genoeg heeft gereduceerd? Wanneer houdt het stapelen van nieuwe maatregelen op? Wanneer biedt een verleende vergunning weer werkelijke zekerheid? Wanneer kan iemand investeren zonder te vrezen dat enkele jaren later opnieuw een norm, zone, rekenmethode of intrekkingsverzoek volgt?

Op die vragen komt geen antwoord.

Ondertussen wordt maatregel op maatregel gestapeld. Ondernemers moeten reduceren, verduurzamen, investeren en opnieuw aanpassen, maar krijgen geen zekerheid dat hun bedrijf daarna mag blijven bestaan. In dit dossier veranderde de opdracht tijdens het proces zelfs van uitstoot verminderen naar een toekomst zonder dieren.

Dat is een absolute schande.

Een betrouwbare overheid kan niet eindeloos nieuwe offers eisen zonder ooit duidelijk te maken wanneer het genoeg is. Zij kan gezinnen niet jarenlang gijzelen met wisselende normen, procedures en onzekerheid en vervolgens verbaasd zijn wanneer ieder vertrouwen verdwijnt.

Wie geen helder eindpunt formuleert, organiseert geen transitie.

Die organiseert permanente onzekerheid.

Familiebedrijven staan bovendien niet los van hun omgeving. Zij zijn verbonden met werknemers, loonwerkers, transporteurs, installateurs, leveranciers en andere lokale ondernemers. Zij dragen bij aan werkgelegenheid, bedrijfsopvolging en de leefbaarheid van dorpen.

Wanneer zulke bedrijven verdwijnen, verdwijnt meer dan een stal of een vergunning. Dan verdwijnen investeringen, vakmanschap, economische activiteit en vertrouwen in de toekomst van het buitengebied.

ZLTO waarschuwt daarom dat ondernemers niet meer weten waar zij aan toe zijn en dat investeren, verduurzamen en innoveren bijna onmogelijk wordt. De organisatie stelt zelfs de verdere samenwerking in provinciale gebiedsprocessen ter discussie.

Terecht.

Een overheid die samenwerking vraagt, maar de ondernemers die meewerken uiteindelijk als eerste laat vallen, breekt haar eigen overlegmodel af.

De hypocrisie wordt nog groter wanneer het eigen bestuursakkoord erbij wordt gepakt. De coalitie schreef:

▌ „Het gaat altijd over mensen.”

Zij beloofde een mensgericht bestuur, dat niet vanuit de provincietoren werkt, echt luistert, alle belangen openlijk op tafel legt en heldere, uitlegbare keuzes maakt. Ook beloofde zij verantwoordelijkheid te nemen en niet de hete aardappel door te schuiven.

In dit dossier gebeurt het tegenovergestelde.

Een halfjaar geen inhoudelijke terugkoppeling. Ondernemers plannen laten maken terwijl die volgens GS toch niets aan de uitkomst konden veranderen. Eén belang absoluut maken. En de politieke verantwoordelijkheid daarna doorschuiven naar de rechter.

▌ „Het gaat altijd over mensen.”

Tot vijf boerengezinnen in de weg staan.

Ook de VVD kan zich niet als machteloze toeschouwer presenteren. De partij heeft negen zetels in Provinciale Staten en kiest ervoor niet voor deze ondernemers te gaan liggen. VVD Brabant zegt letterlijk:

▌ „De provincie heeft geen keus en geen macht om dit naast zich neer te leggen.”

De fractie heeft aangekondigd er niet voor te gaan liggen.

Dat is politieke lafheid.

Een partij met negen zetels die weigert haar invloed te gebruiken, is niet machteloos. Zij kiest ervoor Boelema niet te stoppen. De VVD profileert zich als partij van ondernemers, rechtszekerheid en een betrouwbare overheid, maar houdt in Brabant de weg vrij voor een D66-gedeputeerde die vijf familiebedrijven wil beëindigen.

De VVD staat hier niet naast de ondernemers.

De VVD staat erbij en laat het gebeuren.

Maar het verhaal eindigt niet bij de politieke partijen in het provinciehuis. Het eindigt in Helenaveen, Neerkant en op het Brabantse platteland. Daar moeten gezinnen verder met de gevolgen van een overheid die jarenlang geen werkende stikstofaanpak wist te organiseren, één belang absoluut maakt en haar eigen falen nu afwentelt op enkele individuele bedrijven.

De rechter verplichtte Brabant om maatregelen te nemen. Hij schreef geen bedrijfsbeëindiging voor.

Boelema gaat er met de bulldozer dwars doorheen: reductieplannen, familiebedrijven, rechtszekerheid en de toekomst van het Brabantse platteland.

De VVD heeft met negen zetels de macht om op de rem te trappen, maar kiest ervoor de weg vrij te houden.

En zolang deze overheid niet kan vertellen wanneer het eindelijk genoeg is, weet geen ondernemer meer wat een vergunning, een investering of een afspraak morgen nog waard is.

Lees het volledige verhaal:
https://www.transparantdeurne.nl/2026/07/31/boelema-de-brabantse-bulldozer/

Adres

Markt 1
Deurne

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Transparant Deurne nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen

Categorie