21/10/2026
Wie de afgelopen weken de actualiteit in het oog heeft gehouden kan niet langs de massale protest golven in Europa kijken. In Frankrijk, Wallonië, Brussel, Spanje en elders komen jongeren op straat, tegen besparingen in het onderwijs, tegen stijgende levens- en woonkosten en tegen het gebrek aan daadkrachtig klimaatbeleid.
Ondertussen lijkt de berichtgeving over de protesten te gebeuren vanuit één enkele bril, waarbij er veelal gefocust wordt op de schaal van het geweld dat gepaard gaat met de protesten. Hoewel we geweld niet moeten beschouwen als legitiem protestmiddel zouden commentatoren en politici zich ook kunnen afvragen waarom zo veel jongeren op straat komen, en waarom een (weliswaar klein) deel overgaat tot geweld? Helaas worden de laatstgenoemde vragen weinig tot niet gesteld en ook conservatieve politici spelen gretig in op deze eenzijdige berichtgeving. Zo pleitte minister van oorlog Theo Francken (N-VA) recent voor het oprichten van een gewelddadige arm van de politie of vindt hij het geoorloofd om op protestanten te schieten met het nieuw aangekochte FN303-wapen. Door sociaal protest telkens in één adem te noemen met gewelddadige incidenten wordt het protest vereenzelfdigt tot het geweld. Dat ondergraaft niet alleen de boodschap van de overgrote meerderheid die wel op een democratische wijze zijn stem uit, maar is ook voor politiek rechts een handige manier om het niet te hoeven hebben over de grote sociale onvrede die er heerst.
We moeten daarom net deze protesten aangrijpen om het te hebben over ons onderwijs, de woon-en werksituatie, de koopkracht van jongeren en de klimaatcrisis.
We moeten tonen dat we hun bezorgdheden serieus nemen en met hen in gesprek gaan over hun toekomst. Dit vraagt om daadkracht en investeringen: in ons onderwijs, in het openbaar vervoer en hernieuwbare energie en ten slotte in een arbeidsmarkt waar jongeren duurzaam aan de slag kunnen. We moeten vooral de stabiliteit en zekerheid creëren die we hen verschuldigd zijn.