KVHV-Gent

Routebeschrijving Website

KVHV-Gent Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) van Gent, sinds 1887.

LA DOUCE FRANCEDe voorbije weken werden we overspoeld met dystopische beelden van de rellen uit Frankrijk. Heel Europa k...
21/10/2026

LA DOUCE FRANCE

De voorbije weken werden we overspoeld met dystopische beelden van de rellen uit Frankrijk. Heel Europa keek vol ongeloof en verdriet toe hoe winkels werden geplunderd, historische gebouwen in vlammen opgingen en onschuldige burgers in elkaar werden geslagen. Volgens de mainstreammedia komen deze protesten voort uit de sociale eisen van scholieren en arbeiders. Hoewel die eisen mogelijk de initiële aanleiding tot de protesten vormden, zien we hoe deze steeds vaker als dekmantel gebruikt worden door extreemlinks en allochtoon tuig om vernieling en chaos aan te richten. Want laten we niet schuldig zijn aan dezelfde blinde naïviteit van de media en de politiek, en het probleem bij naam noemen: niet de zogenaamde ‘scholieren’, maar een opportunistische coalitie tussen extreemlinkse relschoppers en allochtone criminelen, gekenmerkt door hun zwarte kledij en bivakmutsen, is verantwoordelijk voor het geweld. Van legitieme sociale eisen is bij deze geweldplegers geen sprake. Ze zijn enkel uit op chaos, geweld en vernieling.

Jarenlang kregen we van onze overheden te horen dat het zogenaamde ‘extreemrechts’ de grootste existentiële bedreiging vormt voor het voortbestaan van onze samenleving en democratie. Jarenlang werden mensen met legitieme grieven en bezwaren weggezet als racisten en extremisten. Ze denken dat wij extreem zijn. Dat wij gek zijn. Dat wij gevaarlijk zijn. Zelfs wanneer hun eigen hoofdsteden vernietigd worden door de exacte problemen waar wij voor gewaarschuwd hebben, zullen ze weigeren het probleem in te zien.

Maar net wij zijn degenen die al jarenlang waarschuwen voor de gevaren van massamigratie en extreemlinks geweld. Wij zijn degenen die vechten voor het voortbestaan van onze beschaving: onze manier van leven, onze cultuur, ons volk. Wij waren degenen die het probleem tijdig inzagen en deze ontwikkelingen voorspelden als logisch en onvermijdelijke gevolg van decennia aan massamigratie naar Europa. U denkt dat wij extreem zijn? Wacht tot u ziet hoe ons land er zal uitzien wanneer onze waarschuwingen werkelijkheid worden en ons land onherkenbaar wordt. U vindt de gebeurtenissen in Frankrijk tragisch? Wacht nog vijftig jaar. Het échte existentiële gevaar voor onze Europese beschaving is niet het zogenaamde ‘extreemrechts’, maar het geweld en de vernielzucht die gepaard gaan met demografische omwentelingen in Europa door mensen die onze samenleving het liefst letterlijk in vlammen zien opgaan. Onze cultuur betekent niets voor hen. Onze geschiedenis betekent niets voor hen. Onze waarden en normen betekenen niets voor hen. Wij zijn niet extreem. Wij zijn gematigd.

Helaas is dit geen uitsluitend Frans fenomeen. Overal in Europa bevinden zich communistische groeperingen en allochtone enclaves die staan te wachten op eender welke kans om onze ooit zo prachtige steden met de grond gelijk te maken. Deze etnische enclaves zullen enkel maar groeien, en groeien, tot er van deze buurten niets meer overblijft van wat ze ooit waren. Parijs, Londen, Brussel, Berlijn, ... overal zien we dezelfde problemen, telkens met dezelfde gemeenschappelijke factor.

Onze landen worden één voor één van binnenuit vernietigd door mensen die wij met open armen ontvangen, getolereerd en geholpen hebben. We hebben hen sociale bijstand verleend, probeerden hen te integreren en gaven hen de kans om in onze samenleving te functioneren. Maar telkens werd onze liefdadigheid beantwoord met vijandigheid. Het is tijd om uit onze fouten te leren en te erkennen dat deze mensen, ondanks onze beste pogingen en intenties, incompatibel zijn met onze samenleving. De eindeloze subsidies, sociale programma’s, speeltuintjes, ‘positieve discriminatie’, etc. waren blijkbaar niet voldoende om hen te overtuigen onze cultuur te respecteren. Genoeg is genoeg. We hebben het geprobeerd. We hebben tijd, geld en middelen geïnvesteerd. Telkens tevergeefs. Het multiculturele project is definitief mislukt. Zoveel is inmiddels duidelijk. Nu is het tijd om kordaat op te treden en deze mensen systematisch terug te sturen, voor het te laat is. Want de tijd dringt.

Wanneer het kantelpunt wordt bereikt en wij een minderheid worden in ons eigen land, zullen we geconfronteerd worden met scenario’s die tot dan toe enkel in onze ergste nachtmerries voorkwamen. Want wanneer Europeanen een minderheid in Europa worden, zal het Europa zoals wij het kennen ophouden te bestaan. Er is geen Europa zonder Europeanen. Europa zonder Europeanen resulteert onvermijdelijk in Molenbeek. Molenbeek is een voorbode op wat ons te wachten staat. Molenbeek is onze toekomst. Dat is het lot dat Europa zal ondergaan indien we niet snel en radicaal van koers veranderen.

Want maak u geen illusies. Wanneer deze mensen aan de macht komen, zullen zij zich niet inzetten voor onze liberale en democratische waarden – dezelfde waarden die hen hier gebracht en geholpen hebben. Zij zullen zich niet bekommeren om het behoud van de samenleving die wij gebouwd hebben. Wanneer wij een minderheid worden zal alles wat we ooit gekend en gebouwd hebben verloren gaan. Alles wat je liefhebt: onze feestdagen, onze geschiedenis, onze kunst, onze steden … We zullen alles verliezen. We zullen vreemdelingen worden in ons eigen land. Ons Europa, waar de generaties voor ons recent nog twee verwoestende oorlogen voor gevochten hebben, dreigt ten onder te gaan aan de gevolgen van onze eigen naïviteit. Onze steden zullen tot getto's vervallen. De wijk waarin u bent opgegroeid zal onherkenbaar worden. Het Europa waar onze voorouders eeuwenlang voor gezwoegd en gestreden hebben, zal voorgoed verdwijnen. Dat is de toekomst die uw kinderen te wachten staat.

Helaas kunnen we deze ontwikkelingen vandaag al vaststellen. Er was namelijk ooit een tijd in Europa waarin mensen zich ‘s nachts zonder angst door de straten van onze prachtige hoofdsteden konden begeven, waar men zich geen vreemde voelde in de wijk waar hij is opgegroeid, waarin onze stadhuizen niet in brand werden gestoken. Die tijd is voorbij, en ze dreigt nooit meer terug te keren. Importeer de derde wereld, word de derde wereld.

Want wat is cultuur eigenlijk? Cultuur is het materiële en immateriële erfgoed dat door onze voorouders werd opgebouwd en doorgegeven van de ene generatie op de andere. Onze stadhuizen, onze Grote Markten, onze kerken, onze literatuur, onze musea: onze manier van leven. Cultuur is de veruitwendiging van een collectieve volksgeest, een uitdrukking van wie wij zijn, gesmeed uit het bloed en zweet van degenen die ons zijn voorgegaan. Het is het product van het volk dat het heeft gecreëerd. Een volk maakt zijn cultuur, niet andersom. Onze Europese voorouders zijn erin geslaagd een beschaving op te bouwen waar anderen jaloers op zijn en van willen meegenieten. Een verwezenlijking waar zij - voor welke reden dan ook - niet in zijn geslaagd. Uit liefdadigheid hebben wij anderen de kans geboden mee te genieten van onze verwezenlijkingen en de vruchten van onze arbeid te delen. We hebben hen onderdak, voedsel, geld en kansen gegeven. Toch bleken onze inspanningen en liefdadigheid niet genoeg te zijn.

De harde waarheid is dat veel van deze mensen ons niet dankbaar zijn voor de hulp die we hen gegeven hebben en geen enkele waarde hechten aan onze samenleving. Ze hebben niet meegebouwd aan wat wij hebben verwezenlijkt en voelen er bijgevolg geen enkele affiniteit mee. Velen van hen argwanen en haten ons en onze manier van leven. Onze empathie en liefdadigheid dreigen uiteindelijk onze ondergang te worden. Wie weigert deze problemen onder ogen te zien is medeplichtig aan het creëren van de toekomst die ons te wachten staat.

Die toekomst ziet er donker uit, maar er is nog hoop. Het is nog niet te laat om het tij te keren en ons geliefde Europa van haar ondergang te redden. We moeten afstappen van deze mentaliteit van zwakte en verslagenheid en snel, krachtig en radicaal omschakelen tot het remigreren van iedereen die weigert onze cultuur te omarmen en mee te bouwen aan het Europa van morgen. Het is tijd om eindelijk onze eigen kant te kiezen en de toekomst van ons volk en onze samenleving veilig te stellen. Enkel zo kunnen we het voortbestaan van ons prachtige Europa verzekeren.

NIET COFNAS, MAAR LINKS IS HET PROBLEEMReactie KVHV-Gent op blijvend protest over de aanwezigheid van Nathan Cofnas aan ...
04/10/2026

NIET COFNAS, MAAR LINKS IS HET PROBLEEM

Reactie KVHV-Gent op blijvend protest over de aanwezigheid van Nathan Cofnas aan de UGent.

De aanwezigheid van Nathan Cofnas aan de UGent blijft voor onrust zorgen. Dat werd de voorbije dagen opnieuw duidelijk, toen studenten de zaal uitliepen tijdens de toespraak van erevicerector Freddy Mortier op de proclamatie, en een groep betogers rector De Sutter uitjouwden. Cofnas' tegenstanders verwijten hem racisme en pseudowetenschap, ontzeggen hem legitimiteit als academicus, en eisen zijn uitsluiting. Zijn aanstelling zou, zo stellen ze, de geloofwaardigheid van de UGent ondermijnen.

Die diagnose is fout. Niet Cofnas ondermijnt de geloofwaardigheid van de universiteit, maar een academisch klimaat dat steeds minder ruimte laat voor afwijkende standpunten, en dat ideologische conformiteit hoger acht dan de vrije zoektocht naar waarheid - de facto de enige bestaansreden van een universiteit. Wie die vrijheid opoffert aan een vooraf bepaald narratief, ondergraaft precies datgene wat een universiteit tot een universiteit maakt.
Dat probleem is niet abstract. Het toont zich in de manier waarop de UGent al maandenlang met Cofnas omgaat, en het toonde zich, op een pijnlijkere manier, in de zaak rond de overleden Cambridge-professor Jason Arday.

De les van Jason Arday

Arday overleed begin augustus, een week nadat hij ontslag had genomen te midden van een mediastorm over zijn academische fraude. Die storm was in gang gezet door Cofnas, die in een blogpost stelde bewijs te hebben gevonden van plagiaat in Arday’s proefschrift. Cofnas was de eerste die wees op Arday’s fraude. Terecht.
De dood van Jason Arday is een tragisch verhaal waarin vooral politiek-correcte schijnheiligheid en linkse dogma’s de meeste schade hebben aangericht. Arday was immers niet het slachtoffer van een gerichte racistische aanval, maar van een merkwaardige verheerlijking van diversiteit en gelijkheid (DEI) in de academische wereld. Men wist – of had althans behoren te weten – dat Arday loog, onbekwaam was en plagiaat pleegde. Desondanks besloot Cambridge, verblind door een bizar rassenfetisjisme, deze feiten te negeren en Arday zijn doctoraat toe te kennen. Ze was kennelijk bereid zijn ernstige professionele tekortkomingen ondergeschikt te maken aan de symbolische waarde van zijn aanstelling. De academici die Arday zijn doctoraat toch besloten toe te kennen zijn schuldig aan actieve blindheid, verregaande onwetendheid, een gebrek aan academische rigeur, en werden gedreven door ideologische motieven en institutionele conformiteit. Wat de verklaring ook moge zijn, elk van deze verklaringen is onverenigbaar met de academische standaarden die men van een prestigieuze universiteit mag verwachten.

Hierdoor was zijn snelle benoeming tot de jongste zwarte professor in de geschiedenis van Cambridge het rechtstreekse gevolg van de heersende doctrine, waarin identiteit en symbolische representatie primeren. Cambridge negeerde jarenlang interne waarschuwingen en verdedigde hem aanvankelijk als een geviseerd slachtoffer, tot de bewijzen onweerlegbaar werden.

Opportuniteit om ideologische zuivering voort te zetten

Wat vervolgens gebeurde is veelzeggender dan de zaak Arday zelf. In plaats van de hand in eigen boezem te steken, roken linkse activisten een kans om dit tragische verhaal te gebruiken om de ideologische zuivering aan de universiteiten voort te zetten, en kort na Arday’s dood besloot de UGent Cofnas preventief te schorsen. De manier waarop zij deze casus koppelden aan de Universiteit Gent en Nathan Cofnas, is een treffende illustratie van het probleem. Niet Nathan Cofnas, maar de ideologische hegemonie van woke in de academische wereld is het probleem.
De echte crisis in de academia is niet het ‘tolereren van racisme’ - zoals de linkse activisten beweren -, maar het systematisch onderdrukken van academische vrijheid ten gunste van een verstikkend ideologisch dogmatisme. Ideologie wordt belangrijker dan kwaliteit; het narratief belangrijker dan de realiteit. Zonder academische vrijheid verliezen universiteiten precies datgene wat hun bestaansreden vormt, namelijk de onbelemmerde zoektocht naar kennis en waarheid, ongeacht of de resultaten daarvan stroken met een vooraf bepaalde ideologische overtuiging. Wie zich trouwens op de marxistische traditie beroept, zou dan ook moeten erkennen dat juist de dialectische confrontatie van tegengestelde standpunten een onmisbare voorwaarde vormt voor het bekomen van de waarheid.

Normatieve heksenjacht op dissidente stemmen
Kort na Cofnas’ aanstelling aan de UGent organiseerden linkse studenten en activisten petities en demonstraties met als doel zijn aanstelling te verhinderen. Natuurlijk ging het hier niet om oprechte wetenschappelijke bezwaren, maar om een groep linkse activisten die een ideologische vijand onschadelijk wilden maken. De echte heksenjacht vindt plaats tegen zij die afwijken van de linkse consensus.
Dat brengt ons bij de merkwaardige controverse en het fanatieke protest rond Cofnas. De man stelt dat intelligentie deels erfelijk is en de oorzaak van populatieverschillen in IQ-scores grotendeels een biologisch fenomeen is. Hiervoor baseert hij zich op peer-reviewed studies en wetenschappelijke tijdschriften. Vanuit zijn interpretatie van bepaalde gegevens komt hij tot een vaststelling die niet strookt met de gevestigde ideologische orde aan de universiteiten. Zoals eerder vermeld is net dat de fundamentele bestaansreden van een universitaire instelling.

Dat is niet de interpretatie die zijn linkse tegenhangers eraan geven. Zij willen de man duidelijk met pek en veren wegjagen. In plaats van zijn stellingen inhoudelijk te bekritiseren en eventueel te weerleggen, koos men ervoor hem ad hominem aan te vallen. Nadat de storm was gaan liggen mocht Cofnas uiteindelijk toch terugkeren naar de UGent, waardoor ook het protest opnieuw begon.

De échte pseudowetenschap

Volgens de deontologische code van de UGent hebben wetenschappers de vrijheid om controversiële theorieën te onderzoeken, zolang dat met methodologische rigeur en integriteit gebeurt. Cofnas doet dat. In tegenstelling tot de ideologische professoren, die onderzoek naar biologische verschillen willen censureren, omdat het niet past in hun egalitaire narratief. Zo bestempelden vele academici Cofnas’ stellingen herhaaldelijk als ‘pseudowetenschap’ om ze op die manier te delegitimeren, zonder de onderliggende argumenten empirisch of methodologisch te weerleggen.

Nu het begrip ‘pseudowetenschap’ ter sprake is gekomen, is het de moeite waard enkele academische disciplines en theoretische tradities aan een kritische toets te onderwerpen. Aan Westerse universiteiten bestaan immers talrijke opleidingen en onderzoeksvelden - van ‘genderstudies’ en bepaalde stromingen binnen de sociologie tot de Freudiaanse psychoanalyse - waarvan sommige theorieën zich aan empirische falsificatie lijken te onttrekken en biologische sekseverschillen als wetenschappelijk of maatschappelijk irrelevant trachten te verklaren. Als falsifieerbaarheid en methodologische toetsbaarheid maatstaven voor wetenschappelijke demarcatie zijn, waarom worden die criteria dan niet consequent toegepast? Waarom wordt het etiket ‘pseudowetenschap’ wel zo gemakkelijk op controversiële ideeën van Cofnas geplakt, maar veel minder snel op obscure ideologische theorieën die nog minder aan empirische toetsing lijken te voldoen?

Links geweld wordt getolereerd, rechts debat gecensureerd

Daarnaast floreren radicale marxistische stemmen die zich bedienen van reductionistische klassenanalyses en extremistische klimaatactivisten die op de radar van de veiligheidsdiensten staan omwille van hun openheid voor geweld eveneens in de academische wereld. Groepen als Code Rood en Student Encampment worden geen strobreed in de weg gelegd, zelfs wanneer zij UGent-gebouwen bezetten of vandaliseren. De nauw verbonden radicaal-linkse studentenorganisaties lijken zich daarvoor nauwelijks te moeten verantwoorden. Deze asymmetrische toepassingen van academische en institutionele normen maakt pijnlijk duidelijk dat die academische normen aan de UGent niet consequent, laat staan ideologisch neutraal, worden toegepast.

Tegelijkertijd werden rechtse verenigingen als het KVHV en de NSV! in het verleden verbannen zonder geweld te plegen of de orde te verstoren. Hun vermeende overtreding bestond erin standpunten te verkondigen of sprekers een podium te bieden waar de UGent het oneens mee was. Dat volstond blijkbaar wél om een institutionele uitsluiting te rechtvaardigen.
Bredere problematische evolutie
De hegemonie van links aan de universiteiten is geen Belgisch unicum. Aan universiteiten die ooit tot de meest prestigieuze ter wereld behoorden, zien we dezelfde dynamiek zich voltrekken. Zo ook aan universiteiten als Harvard, Stanford, Yale, Columbia, enzovoort, domineren progressieve ideologische orthodoxieën steeds meer, terwijl afwijkende stemmen vaak succesvol gemarginaliseerd of ‘gecanceld’ worden.

Professoren die spreken over culturele verschillen, DEI of genderstudies bekritiseren, bezwaren over de islam uiten en andere controversiële thema’s aansnijden, lopen het risico financiering, uitnodigingen of zelfs hun academische positie te verliezen. Rechts georiënteerde of dissidente academici worden systematisch gemarginaliseerd of geweerd. In dit moreel en ideologisch conformistische academische klimaat wordt geen tegenspraak geduld. Rechtse studenten voelen zich geremd om hun eigen opvattingen vrijelijk te uiten, waardoor intellectuele vrijheid en vorming impliciet, en soms zelfs expliciet, worden onderdrukt.

Omgekeerd bleef Claudine Gay lange tijd op post als president van Harvard dankzij DEI-bescherming, ondanks vastgestelde gevallen van plagiaat. Pas toen de publieke ophef hieromtrent de druk te groot maakte, moest Harvard uiteindelijk capituleren.
De asymmetrische tolerantie van meningen is groter en verstikkender dan ooit. Aan de basis daarvan ligt een academische cultuur die onwaarheden beloont zolang zij het juiste narratief dienen en die ideologische tegenstanders afstraft en uitsluit. Net daarom is de rol van dissidente stemmen zo belangrijk. Net daarom zullen we dit nooit als normaal aanvaarden en ons hiertegen blijven verzetten.

Leve, Groeie, Bloeie, Vlaams Verbond!

UNIA: DE KUNST VAN HYPOCRISIEWanneer een gelijkheidsorgaan zelf de indruk wekt met twee maten en twee gewichten te werke...
03/10/2026

UNIA: DE KUNST VAN HYPOCRISIE

Wanneer een gelijkheidsorgaan zelf de indruk wekt met twee maten en twee gewichten te werken, komt niet alleen zijn neutraliteit, maar uiteindelijk ook zijn bestaansreden ter discussie te staan.

Vandaag raakte bekend dat Unia een klacht wegens racisme voorbereidt tegen Nathan Cofnas omdat de instelling meent dat meerdere van zijn uitspraken strijdig zijn met de antiracismewet. Laten we even bekijken waarom die beslissing zo opmerkelijk is.

Unia is een publieke instelling en omschrijft zichzelf als een onafhankelijke, interfederale expert inzake gelijke kansen en antidiscriminatie. De instelling heeft dan ook een bijzondere maatschappelijke en juridische positie. Van zo’n instelling mag bijgevolg meer worden verwacht dan van een belangengroep: onpartijdigheid, terughoudendheid en vooral een consequente toepassing van dezelfde beginselen.

Juist daarom is de zaak-Cofnas zo opmerkelijk. Ze roept namelijk ernstige vragen op over de vraag of Unia diezelfde beginselen ook daadwerkelijk consequent toepast.

Laten we beginnen bij Cofnas zelf. De man beroept zich op wetenschappelijke statistieken en gegevens en trekt daaruit bepaalde controversiële conclusies die vooralsnog niet definitief werden weerlegd. Of men het met die conclusies eens is, is echter een andere vraag dan of ze strafbaar zijn. Dat een wetenschappelijke of academische stelling controversieel, onaangenaam of strijdig is met het egalitaire ideaal is, is irrelevant en maakt haar op zichzelf nog geen schending van de antiracismewet. En precies daar wordt de vergelijking met een ander incident bijzonder interessant.

Tijdens een optreden op de Gentse Feesten riep de Nederlandse zangeres Sophie Straat de aanwezige ‘witte hetero mannen’ op om naar achter te gaan en ‘queers, vrouwen en mensen van kleur’ om naar voren te komen. Een duidelijker voorbeeld van vulgaire discriminatie is vandaag de dag moeilijk te vinden. De uitspraak leidde uiteindelijk tot honderden meldingen bij Unia wegens discriminatie en er ontstond grote publieke controverse. Toch besloot Unia dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor een schending van de discriminatiewetgeving. Volgens de organisatie waren er “geen aanwijzingen dat witte mannen daadwerkelijk werden uitgesloten”.

Unia verdedigde deze merkwaardige beslissing door te verwijzen naar de rechtspraak van het Europees Hof, die stelt dat politieke of artistieke uitingen beschermd worden onder de vrijheid van meningsuiting, “ook wanneer zij provoceren, choqueren of kwetsen”, aldus Unia. “Alleen bij een daadwerkelijke oproep tot discriminatie, uitsluiting of haat, kan die bescherming worden beperkt.”

Die redenering is zeer opmerkelijk. Wanneer men haar namelijk naast de behandeling van de heer Cofnas legt, onthult zich een overduidelijke discrepantie. Dezelfde terughoudendheid die Unia bij Sophie Straat aan de dag legde, lijkt bij Cofnas plots volledig te verdwijnen. Dat roept niet alleen ernstige vragen op over de consistentie van Unia’s optreden, maar ook over de mate waarin politieke overwegingen daarin een rol spelen.

Cofnas roept - in tegenstelling tot Sophie Straat - immers niet op tot geweld, discriminatie of uitsluiting. Hij brengt evenmin een expliciete politieke boodschap. Hij presenteert academische argumenten en beroept zich daarbij op statistische gegevens en wetenschappelijke literatuur.
Hier geldt de door Unia bij Sophie Straat ingeroepen bescherming van de vrijheid van meningsuiting blijkbaar niet.

Als de vrijheid van meningsuiting als schild wordt ingeroepen wanneer een artiest een provocerende uitspraak doet over ‘witte’ mannen, waarom zou een vergelijkbare terughoudendheid dan niet gelden voor een onderzoeker die controversiële opvattingen over ras verkondigt?

Deze opvallende tegenstelling waarbij vulgaire discriminatie tegen de eigen bevolking wordt vrijgesteld enerzijds, en een legitiem academisch discours rond een bepaalde beschermde minderheidsgroep bestraft wordt anderzijds, kan men het best beschrijven als pure oikofobie. Oikofobie verwijst naar “de angst voor of afkeer van de eigen huiselijk omgeving, cultuur of gewoontes”. Deze conclusie is moeilijk te ontkennen wanneer men telkens opnieuw vaststelt dat de strengste morele en politieke maatstaven worden aangelegd tegenover de eigen bevolking terwijl expliciet discriminerende opvattingen vanuit andere groepen met aanzienlijk meer terughoudendheid of zelfs afwezigheid benaderd worden.

Als Unia toch beweert voor beide gevallen werkelijk dezelfde maatstaf te hanteren, dan mag zij gerust uitleggen waar dat onderscheid precies ligt.

Maar de politieke motivering en inconsequente behandeling wordt nog opmerkelijker wanneer we kijken naar een ander voorbeeld uit Gent die deze conclusie onderbouwt.

Gent is namelijk ook de thuisstad van de El Albani-moskee. Op de website van de moskee worden religieuze voorschriften gepubliceerd over de positie van vrouwen. Zo wordt er onder meer gesteld dat vrouwen toestemming van hun man of vader nodig hebben om buitenshuis te werken, dat vrouwen niet geparfumeerd naar hun werk mogen gaan en dat zij niet zouden mogen werken in een omgeving waarin zij vrij met mannen omgaan. Daarnaast wordt er gepleit voor een strikte scheiding tussen mannen en vrouwen. Dit verwerpelijke taalgebruik verdient volgens Unia merkwaardig genoeg geen onderzoek.

Men hoeft geen voorstander te zijn van dergelijke opvattingen om de vraag te stellen waarom hier niet dezelfde institutionele aandacht voor discriminatie lijkt te bestaan.

Het contrast wordt steeds moeilijker te negeren. Wanneer een academicus controversiële uitspraken doet over een beschermde minderheidsgroep, treedt Unia op. Wanneer een artiest blanke mannen publiekelijk viseert, beroept Unia zich op de context en de vrijheid van meningsuiting. Wanneer vanuit religieuze hoek opvattingen over de ondergeschikte positie van vrouwen worden verkondigd, blijft dezelfde institutionele verontwaardiging opnieuw uit.

Dat is op zijn minst een merkwaardige invulling van ‘gelijkheid’. Een gelijkheidsorgaan kan niet geloofwaardig beweren dat het discriminatie bestrijdt wanneer de beoordeling van een uitspraak afhankelijk lijkt te worden van de identiteit van degene die ze uitspreekt of van de groep waarop ze betrekking heeft.

Ook blanke mannen hebben recht op bescherming tegen discriminatie. Ook autochtone Vlamingen hebben recht op een gelijke behandeling. En ook wanneer een uitspraak gericht is tegen een (voorlopige) meerderheidsgroep, verdwijnt het gelijkheidsbeginsel niet plotseling. Dat zou vanzelfsprekend moeten zijn. Toch is dat vandaag blijkbaar niet meer zo vanzelfsprekend.

Unia wordt gefinancierd door de overheid en vervult een wettelijke opdracht. Het is bijgevolg geen activistische belangenvereniging die naar eigen goeddunken kan bepalen welke vormen van discriminatie maatschappelijke aandacht verdienen en welke niet. Juist omdat de organisatie over die bijzondere positie beschikt, moet zij des te meer waken over haar neutraliteit en consistentie.

NIET COFNAS, MAAR DE LINKSE HEGEMONIE BEDREIGT DE UNIVERSITEITHet KVHV-Gent is bijzonder verontrust over de recente ontw...
20/08/2026

NIET COFNAS, MAAR DE LINKSE HEGEMONIE BEDREIGT DE UNIVERSITEIT

Het KVHV-Gent is bijzonder verontrust over de recente ontwikkelingen aan de UGent. De schorsing van Nathan Cofnas is weer een stap verder op weg naar een universiteit waar een absolute linkse hegemonie heerst en geen plaats is voor open academisch debat en fundamentele meningsverschillen. Voor ons past deze schorsing in een bredere tendens waarbij rechtse en conservatieve stemmen binnen de universiteit steeds minder ruimte krijgen. Wat zich voordoet als het bewaken van academische normen, dreigt zo te verworden tot een ideologische zuivering waarbij afwijkende opvattingen uit het academische debat worden geweerd.

De rector lijkt de gebeurtenissen rond Jason Arday aan te grijpen om een lang gekoesterde wens van vele tegenstanders van het vrij academisch debat aan de UGent in vervulling te laten gaan: Cofnas ontslaan. Dit allemaal vanwege vermeende uitspraken over de dood van Arday. Welke dat zijn laat de UGent in het ongewisse, vanwege de “vertrouwelijkheid” van het dossier.

Er is online een grote hetze ontstaan tegen Cofnas, hij zou verantwoordelijk zijn voor de zelfmoord van Arday. Het enige waar Cofnas verantwoordelijk voor kan worden gehouden is het blootleggen van de ettelijke leugens en fraude van Arday, wat eenieders academische plicht is. Het gevolg dat diegene daaraan verbindt kan moeilijk op iemand anders betrokken worden. Als student is het plegen van fraude, terecht, reden tot zware sancties, als academische diversiteitsafgod of rector van de UGent blijkbaar niet.

Achter de uitspraken van Cofnas staan is niet nodig om in te zien dat deze gang van zaken enkel maar leidt tot minder vrijheid aan onze universiteit. ‘Durf Denken' lijkt een leus zonder betekenis te worden.

WIE BEPAALT WIE MAG SPREKEN? META CENSUREERT KVHV-GENT ZONDER REDENDe vrijheid van meningsuiting is een van de fundament...
18/08/2026

WIE BEPAALT WIE MAG SPREKEN? META CENSUREERT KVHV-GENT ZONDER REDEN

De vrijheid van meningsuiting is een van de fundamenten van onze Westerse beschaving. Onder die kernwaarde moet ook worden verstaan dat (politieke) verenigingen het recht hebben en de ruimte moeten krijgen om hun ideeën te verkondigen en deel te nemen aan het maatschappelijk debat. Dat principe lijkt vandaag steeds meer onder druk te staan. Niet alleen door overheden, maar ook door de grote private platformen die een aanzienlijk deel van het publieke debat beheersen. Ook het KVHV-Gent heeft deze problematische ontwikkeling aan den lijve mogen ondervinden.

Het KVHV-Gent is een van de oudste studentenverenigingen in Vlaanderen, een traditioneel studentikoze en conservatieve vereniging die zich expliciet politiek engageert en actief maar vreedzaam deelneemt aan het maatschappelijk debat. Op 15 augustus werd ons Instagram-account - met meer dan 3000 volgers - permanent verwijderd. Geen waarschuwing. Geen concrete aanleiding. Geen uitleg over welke publicatie of activiteit de regels zou hebben overtreden.

Aanvankelijk werd de beslissing genomen door het algoritme van Meta, waartegen wij onmiddellijk bezwaar hebben ingediend. Vervolgens werd de beslissing opnieuw bekeken door een medewerker van Meta, die de permanente ban alsnog bevestigde. Ook na deze menselijke beoordeling van een medewerker van een privaat bedrijf werd ons niet verduidelijkt welke concrete overtreding we precies hebben begaan. De enige ‘verklaring’ die wij kregen, luidde: “Het account is verwijderd wegens een vermeende strijdigheid met de richtlijnen voor de community inzake gevaarlijke personen en organisaties.”

Maar welke persoon? Welke organisatie? Welke publicatie? Welke uitspraak? Welke concrete overtreding? Dat werd nergens vermeld. Sterker nog: volgens de eigen beleidsregels van Meta wordt binnen deze context expliciet gesteld dat “deze concepten [...] geen vreedzame belangenbehartiging voor bepaalde politieke resultaten” verbieden. Daarnaast staat Meta content toe “in het kader van het maatschappelijk en politiek debat”. Laat dat nu precies zijn wat het KVHV-Gent doet. Wij organiseren lezingen en debatten, formuleren politieke standpunten en nemen als studentenvereniging deel aan het politiek debat.

Men kan het inhoudelijk oneens zijn met onze standpunten, maar ons zonder concrete motivering als een ‘gevaarlijke organisatie’ bestempelen is simpelweg absurd en ongegrond. Des te prangender is de vaststelling dat extremistische en gewelddadige organisaties zoals Antifa en BLM niet als dergelijke gekwalificeerd worden en in het publieke en academische debat wél zonder enige weerstand geplatformeerd worden. Dat roept fundamentele vragen op over de consistentie waarmee dergelijke maatstaven worden toegepast.

Deze nieuwe tendens waar de vrijheid van meningsuiting steeds meer in de handen van enkele monopolistische tech-giganten komt te liggen is op zijn minst uiterst zorgwekkend, als het al niet faliekant antidemocratisch is. Wanneer grote techbedrijven zich als moderator of arbiter van het publieke debat wanen, moeten we ons toch de vraag stellen of dit de toekomst is waar we naartoe willen evolueren.

Het doet ons onvermijdelijk denken aan de profetische woorden van de auteur George Orwell, die in zijn tijd al waarschuwde voor de gevaren van een samenleving waarin de ruimte om ongewenste ideeën uit te spreken steeds verder wordt ingeperkt. In zijn bekende dystopische werk ‘1984’ schreef hij het volgende: “Freedom is the freedom to say that two plus two make four. If that is granted, all else follows.” Dit citaat is vandaag relevanter dan ooit. Met deze stelling raakt hij aan een fundamenteel principe van vrijheid: niet degene die de macht heeft, bepaalt wat als waarheid of als toelaatbare mening geldt. Vrijheid verliest haar betekenis wanneer een instantie naar eigen subjectief en moreel totalitair kader kan bepalen welke ideeën nog publiekelijk geuit mogen worden. Vrijheid van meningsuiting heeft immers weinig nut wanneer ze uitsluitend geldt voor opvattingen waar iedereen het al over eens is. Het is daarom ook te gemakkelijk om deze kwestie af te doen als een conflict tussen één studentenvereniging en één technologiebedrijf. Een samenleving waar techbedrijven over een machtsmonopolie op spraak beschikken is simpelweg geen gezonde samenleving.

Instagram is voor organisaties en verenigingen een belangrijk communicatiekanaal geworden. Wie daar zonder duidelijke reden permanent wordt verwijderd, verliest niet alleen een profielpagina, hij verliest een publiek, bereik en een belangrijk instrument om leden, sympathisanten en geïnteresseerden te bereiken.
Het KVHV-Gent zal deze beslissing daarom niet zomaar aanvaarden. Wij zullen de zaak voorleggen aan een bevoegde geschilbeslechtingsinstantie in het kader van de Europese Digital Services Act. Indien dat geen oplossing biedt, zullen wij verdere gerechtelijke stappen overwegen.

Laat Meta niet het laatste woord hebben. Steun onze juridische strijd en help ons deze beslissing tot op de bodem aan te vechten. Vrijheid van meningsuiting en het recht op politieke organisatie zijn te belangrijk om zonder verzet uit handen te geven. Wij zullen deze dystopische en antidemocratische tendens nooit als normaal aanvaarden en ons er daarom met hand en tand tegen blijven verzetten. Wie ons in deze strijd vrijblijvend wil steunen, kan dat doen via het rekeningnummer: BE22 4459 6644 8147.

Adres

Ghent
9000

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer KVHV-Gent nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen