Ambassadeur Jan Versteeg

Ambassadeur Jan Versteeg

Partager

Pagina van Jan Versteeg, ambassadeur van Nederland in Frankrijk

Photos from Ambassadeur Jan Versteeg's post 29/05/2026

Over grenzen

Begin deze week hadden we bezoek van de Joint Chiefs of Global Tax Enforcement, de zogenaamde J5. Dat is een internationaal samenwerkingsverband tussen belastinghandhavings- en opsporingsinstanties uit Nederland, Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De J5 is in 2018 opgericht naar aanleiding van een oproep van de OESO tot krachtiger internationaal optreden tegen belastingcriminaliteit en richt zich op de bestrijding van grensoverschrijdende belastingontduiking, witwassen, cybercriminaliteit en strafbare feiten in verband met cryptovaluta.
Door nauwe samenwerking stelt het samenwerkingsverband de lidstaten in staat om inlichtingen te delen, expertise uit te wisselen en operationele activiteiten effectiever te ondersteunen. Door kennis en middelen te bundelen, versterkt de J5 de internationale aanpak van steeds complexer wordende financiële criminaliteit en helpt het de integriteit van het mondiale financiële stelsel te beschermen.

Op het laatste moment moest ik de ontvangst van deze groep overlaten aan mijn plaatsvervangster Sara Offermans, omdat er een wijziging in het reisprogramma van Koningin Máxima was opgetreden en ik haar op een ander tijdstip dan was voorzien moest verwelkomen. Zij was een etmaal in Parijs in haar hoedanigheid als speciale pleitbezorger van de secretaris-generaal van de VN voor financiële gezondheid (UNSGSA), om deel te nemen aan de besloten bijeenkomst Insurance 4 ALL van CGAP (een internationale actiegerichte denktank met de focus op financiële inclusie), in samenwerking met verzekeringsgroep AXA. De bijeenkomst in het hoofdkantoor van AXA ging over betaalbare en toegankelijke verzekeringen en hun bijdrage aan financiële gezondheid. Het was weer indrukwekkend om onze Koningin te zien optreden, met een enorme kennis van zaken en een niet aflatende inzet voor de financiële zelfstandigheid van mensen in Nederland en elders in de wereld.

Gisteren stapte ik, na een door onze Defensie-afdeling georganiseerd ontbijt met de nieuwe Nederlandse ‘national armaments director’, generaal-majoor Boekholt, op de trein naar Leiden voor de jaarlijkse bijeenkomst van Platform Frans. Ik had al eerder voor dit platform gesproken via een videoboodschap maar dit jaar vond ik het zaak er fysiek aanwezig te zijn. Platform Frans is een netwerk van deskundigen die het Frans in Nederland levendig proberen te houden. Dat is hard nodig want het Franse taalonderwijs staat enorm onder druk. Iets wat mij zeer aan het hart gaat. Niet alleen is Frans een prachtige taal, ik geloof echt dat we erbij gebaat zijn dat een voldoende aantal Nederlanders zich goed in het Frans kan uitdrukken. Met de handel tussen beide landen is meer dan 100 miljard euro en een groot aantal banen gemoeid. In internationale zaken trekken we steeds meer samen op. Ik merk dat de Haagse ministeries steeds meer moeite hebben om francofone medewerkers te vinden om de Nederlandse belangen in Parijs te behartigen. Ook al wordt in Frankrijk steeds meer Engels gesproken, met degelijke kennis van het Frans kunnen we veel effectiever optreden. Voor veel bedrijven zal hetzelfde gelden. Alle reden om degenen die opkomen voor het Frans in het Nederlandse onderwijs een hart onder de riem te steken.

Mijn Belgische collega Jo Indekeu organiseerde vrijdag een ontbijtbijeenkomst met de Nordics en Benelux-ambassadeurs waarbij Clara Chappaz werd ontvangen als eregast. Zij is de Franse ambassadeur voor Digitale zaken en AI. Het gesprek ging enerzijds over het belang van investeren in onze digitale economie, stimuleren van innovaties en het bevorderen van samenwerking binnen Europa zodat we op dit terrein een zekere onafhankelijkheid creëren en onze data veilig zijn. Aan de andere kant kennen digitale technologieën en sociale media ook risico’s, zeker voor kinderen en jongeren. Daarom onderzoeken zowel Frankrijk als Nederland mogelijkheden om een minimumleeftijd in te stellen voor het gebruik van sociale media. Omdat internet geen landsgrenzen kent, is het belangrijk om Europees en internationaal samen te werken aan een effectieve aanpak.

Dan ter afsluiting voor de Nederlander in Frankrijk het volgende. Ik ontving de laatste tijd meerdere berichten - en zag deze ook langskomen op social media - van landgenoten die vragen stellen over de ‘pop-up’, het mobiele aanvraagstation voor paspoortaanvragen. Onze consulaire collega’s zullen van 8 – 10 juni hiermee weer naar Toulouse reizen. Zoals gewoonlijk was de vraag naar afspraken veel groter dan het aanbod. Dit keer waren er 340 aanvragen, terwijl we maar 80 aanvragen mogen innemen (normaal zijn dat er zestig, maar we hebben om extra ruimte gevraagd). Dat leidde er al toe dat we zelfs mensen met forse mobiliteitsbeperkingen op de wachtlijst hebben moeten plaatsen. En dat we andere mensen die echt profijt van deze dienst zouden kunnen hebben (zoals een moeder met twee dochters die zich al meerdere keren had aangemeld), ‘nee’ hebben moeten verkopen.

Ook ons consulaire team vindt het zeer onbevredigend dat er over de toewijzing van de afspraken niet verder gecorrespondeerd kan worden. Maar we hebben eenvoudigweg geen capaciteit om over grote aantallen individuele gevallen een degelijke emailconversatie op te zetten. Er zijn namelijk ook best veel mensen die ongeacht hun persoonlijke situatie vinden dat ze recht hebben op een afspraak. En helaas ook mensen die een afspraak claimen, en dan vervolgens veel minder mobiliteitsproblemen blijken te hebben dan ze oorspronkelijk voorwendden. Kortom, die correspondentie kan zeer tijdrovend worden, waardoor andere dringende hulpverleningsvragen vertraging oplopen.

Inmiddels zijn we in een situatie beland waarin we meer mensen teleurstellen dan dat we er gelukkig mee maken en werpt zich de vraag op of en hoe we hiermee verder kunnen gaan. Vooralsnog zit er weinig anders op dan te proberen de verwachtingen ‘te managen’ en duidelijk de grenzen aan te geven.

Een andere terugkomende vraag betreft het feit dat een paspoort alleen maar in Parijs aangevraagd kan worden. Inderdaad, mensen die ver weg wonen, spenderen veel tijd en geld om helemaal naar de ambassade in Parijs te komen. Oorzaak is de verschijningsplicht bij paspoortaanvragen die in Nederland en de meeste andere Europese landen in de wet vastligt. Vroeger was een paspoortaanvraag ook mogelijk bij honoraire consulaten. Dat hebben we bij een bezuinigingsronde in 2013 moeten veranderen, vanwege de beveiligingseisen en de hoge kosten. We proberen wel het hierboven genoemde mobiele paspoortaanvraagstation, dat eigenlijk bedoeld is om mensen te helpen die om medische redenen niet kunnen reizen, enkele keren per jaar in te zetten om zoveel mogelijk Nederlanders te helpen die op grote afstand van Parijs wonen. Daar zijn echter ook grenzen aan, want als medewerkers met dat paspoortaanvraagstation op reis gaan, zijn ze niet in Parijs inzetbaar. En we moeten vanzelfsprekend voorrang geven aan mensen die om medische redenen niet kunnen reizen. De reizen van het mobiele aanvraagstation worden ruim vooraf aangekondigd op de website nederlandwereldwijd(punt)nl ->paspoort-id-kaart->buitenland/paspoort-frankrijk. Mocht u af en toe naar Nederland reizen dan kunt u tijdens uw verblijf ook bij Nederlandse grensgemeentes of op Schiphol (altijd op afspraak) een paspoort aanvragen. Verdere informatie over grensgemeentes is te vinden op nederlandwereldwijd(punt)nl -> paspoort of ID-kaart aanvragen bij een grensgemeente in Nederland.

Als uw ambassadeur in Frankrijk streef ik naar een zo goed mogelijke dienstverlening. We zijn blij dat we in Frankrijk een relatief grote consulaire afdeling hebben, waar hard en efficiënt gewerkt wordt. Maar er zijn grenzen aan wat we kunnen en mogen doen. Welk kabinet er ook zit, geen enkele minister van Buitenlandse Zaken krijgt onbeperkt geld voor de dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland. Ik hoop op uw begrip.

De werkweek werd afgesloten met een telefoongesprek met Willemstad op Curaçao. Daar zetelt collega Annemieke Verrijp, tegenwoordig Speciaal Gezant voor Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. De Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden grenzen daar aan elkaar, waardoor ook ambassade Parijs regelmatig met Antilliaanse zaken bezig is. Het was nuttig om even de klokken gelijk te zetten, zowel over lopende zaken, als over de internationale ontwikkelingen in het Caraïbisch gebied.

Goed weekend,
Jan Versteeg

Photos from Ambassadeur Jan Versteeg's post 22/05/2026

Weer terug

Na een paar weken radiostilte, kom ik weer bij u op de lijn. De afgelopen twee weken was ik gedeeltelijk met verlof in Zeeland, doorgebracht met de kinderen en vrienden. Het was guur weer, maar dat betekende gelukkig ook dat het flink waaide, zodat ik nog een paar keer de branding in kon. Verder reisde ik eind april - in het kader van mijn toekomstige functie na de zomer als Klimaatgezant voor Nederland - naar Santa Marta. Daar brachten Nederland en Colombia ruim vijftig landen samen die stapsgewijs het gebruik van fossiele brandstoffen willen verminderen. De beoogde overgang naar meer zelf geproduceerde energie, hernieuwbaar en nucleair, is niet alleen belangrijk om de CO2-uitstoot te verminderen, het maakt ons ook minder afhankelijk. En dus minder kwetsbaar voor onderbreking van de aanvoer en grote prijsschommelingen. Het gesprek hierover werd op de COP, de grote internationale klimaatvergaderingen, geblokkeerd door met name de grote olieproducten. In Santa Marta was te zien dat er nu een kritische massa is om wel gezamenlijk stappen te gaan zetten.

Terug in Parijs ontvingen we afgelopen maandag een inspirerend bezoek van een delegatie van de Nederlandse Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), bestaande uit raadsleden Bram van Ojik en Tanya van Gool en secretaris Paula de Beer. Op verzoek van de regering onderzoeken zij hoe Nederland zijn diplomatieke en consulaire netwerk moet aanpassen aan de huidige geopolitieke werkelijkheid. Ze kijken ook hoe landen die wat groter of wat kleiner zijn, maar net als Nederland wereldwijde belangen hebben, hun netwerk inrichten. In Parijs spraken ze onder meer met plaatsvervangend secretaris-generaal David Bertolotti, directeur strategie Tristan Aureau en directeur financiën Alexandre Morois. Ook ging de AIV in gesprek met de Nederlandse vertegenwoordigingen in Parijs over hun werkzaamheden en prioriteiten.

Dinsdag organiseerde mijn Noorse collega een lunch met Pascal Perrineau, emeritus hoogleraar aan Sciences Po, en al decennia een prominente politieke commentator in de media. Gelardeerd met een schat aan feiten en anecdotes, gaf hij ons zijn analyse van de vooruitzichten richting de presidentsverkiezingen van 2027. Zelfs Perrineau hield bij zijn voorspellingen grote slagen om de arm, maar dit type gesprekken helpt ons enorm om ons voor te bereiden op wat zonder twijfel een woelige verkiezingsstrijd gaat worden, die voor onze samenwerking met Frankrijk grote gevolgen kan hebben.

Dinsdagavond organiseerden de collega’s van afdeling Onderwijs en Wetenschap bij mij thuis het evenement ‘Science under Pressure, Science as Strength’. Ik mocht hier het openingswoord doen, om daarna het stokje over te geven aan Robbert Dijkgraaf, topwetenschapper en oud-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Gedurende een ruim half uur nam professor Dijkgraaf de zaal mee in de grote uitdagingen en kansen voor de Europese wetenschap. De wereld verandert vlug. Wie had bijvoorbeeld een paar jaar geleden van AI gehoord ? Nu is het bijna niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. En terwijl Europa begin deze eeuw nog op veel terreinen in de absolute voorhoede zat, heeft bijvoorbeeld China een enorme inhaalslag gemaakt. Tegelijkertijd zijn er wereldwijd regeringen die de wetenschappelijke vrijheid proberen in te perken. Desinformatie en bedreigingen van wetenschappers zijn helaas aan de orde van de dag. Niettemin meende Dijkgraaf dat we niet moeten verzanden in pessimisme. Er is in Europa nog steeds een groot wetenschappelijk potentieel. De wetenschap is belangrijk voor onze economie en voor onze vrije, democratische samenlevingen. En – zo hield hij de zaal voor – samenwerking en openheid zijn onmisbaar voor verdere vooruitgang. De zaal, vol met prominente vertegenwoordigers van de Franse en Nederlandse wetenschap, bleek het daar hartgrondig mee eens.

Met veel genoegen ontving ik woensdag, in gezelschap van mijn collega-ambassadeurs van België en Luxemburg, vertegenwoordigers van de Franse parlementaire delegatie voor de Raad van Europa. Ik organiseerde een diner in het kader van de Benelux-campagne voor de kandidatuur van ambassadeur Tanja Gonggrijp als plaatsvervangend secretaris-generaal van de Raad van Europa. De Benelux-landen hebben Tanja Gonggrijp gezamenlijk voorgedragen. Na de eerste stemmingsronde op 29 april heeft het Comité van Ministers haar, samen met de Finse kandidaat, voorgedragen aan de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE), die op 23 juni in een geheime stemming een keuze tussen deze twee sterke kandidaten zal maken. De verkiezing van Tanja Gonggrijp zou Nederland een positie geven met invloed op belangrijke dossiers, waaronder accountability voor Oekraïne, het efficiënter en slagvaardiger maken van de organisatie, en het versterken van de samenwerking met andere internationale organisaties zoals de Europese Unie en de OVSE. De Raad van Europa, gevestigd in Straatsburg, zet zich in voor mensenrechten, democratie en de rechtsstaat.

Op donderdagmiddag sprak ik met Mathieu Landon, de economie-adviseur van President Macron. Ook op economisch terrein is de wereld woelig, en daarom is er vaker behoefte aan politiek overleg. Frankrijk en Nederland zijn allebei landen met een hoogtechnologische industrie, die te maken heeft met wat we mondiale waardeketens noemen. Grondstoffen en onderdelen komen van over de hele wereld, en ook de afzetmarkten zijn in grote mate geïnternationaliseerd. Dat bood en biedt allerlei economische kansen, maar maakt ons ook kwetsbaar. Alle reden om hierover goed in gesprek te blijven, zowel over het beleid dat we samen in Brussel maken, als over concrete problemen in bepaalde sectoren.

Vrijdag had ik oud-ambassadeur Gérard Araud op bezoek, een van de grootste Franse diplomaten van zijn generatie. Toen ik midden jaren negentig als jong diplomaat bij onze vertegenwoordiging bij de NAVO werkte, was Araud één van de meer uitgesproken stemmen in het overleg tussen de Bondgenoten. Daarna nam zijn carrière een hoge vlucht: hij werd onder meer directeur-generaal politieke zaken in Parijs en vertegenwoordigde Frankrijk als ambassadeur in Israël, bij de Verenigde Naties in New York en in Washington. Tegenwoordig is hij als commentator veel in de pers en op TV, en schrijft hij uitstekende boeken over de diplomatie. Weer een gesprek waarvan ik veel heb opgestoken, wat een voorrecht.

En dan als laatste nog een leuk nieuwtje: na ruim twee jaar van gesprekken en bezoeken, waar ook onze ambassade bij was betrokken, is Thialf nu de voornaamste kandidaat voor het organiseren van de schaatswedstrijden van de Olympische Winterspelen France Alpes 2030. Volgende maand wordt het definitieve besluit genomen, maar de kans is groot dat in 2030, ruim 100 jaar na de Spelen die zich afspeelden in Amsterdam in 1928, weer olympische wedstrijden in Nederland zullen plaatsvinden.

Ik wens u een mooi Pinksterweekend,
Jan Versteeg

Photos from Ambassadeur Jan Versteeg's post 24/04/2026

Georganiseerd

De werkweek begon zondagavond toen ik minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) ophaalde. Hij kwam naar Parijs voor de Europese coalitie tegen georganiseerde misdaad. Op maandagochtend begeleidde ik hem naar het majestueuze Place Beauvau (waar, tegenover het Elysée, het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken gehuisvest is) voor een ontbijt met minister Laurent Nuñez.

Beide ministers spraken over gemeenschappelijke zorgen zoals dreiging van georganiseerde misdaad en terrorisme, online rekrutering van (steeds jongere) jongeren voor het plegen van criminele ‘klussen’ en over radicalisering. Maar ook over de goede samenwerking met Frankrijk bijvoorbeeld op het gebied van misbruik van pyrotechnische artikelen (zwaar vuurwerk). Minister Van Weel woonde daarna samen met zijn collega’s uit België Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Zweden de bijeenkomst van de Europese coalitie bij.

Dinsdag bezocht ik Mountain Planet in Grenoble, de toonaangevende vakbeurs voor de ‘bergeconomie’. Tijdens dit bezoek, georganiseerd door de economische afdeling en ons handelskantoor NBSO Lyon | South East France, ontmoette ik Nederlandse deelnemers zoals Big Air Bag en Ski Machine, en een aantal regionale en internationale partners.
Ik had een aangenaam gesprek met Vice-President Philippe Meunier van de regio Auvergne-Rhône-Alpes waarin raakvlakken op het terrein van onder meer kernenergie en de chipsindustrie voorbij kwamen. Ook was het nuttig even met Edgar Grospiron te spreken, ooit een grote kampioen bij het mogul skiën, nu voorzitter van het comité dat de Olympische Winterspelen van 2030 voorbereidt. Wij hopen nog steeds dat Thialf Heerenveen als locatie voor het langebaanschaatsen wordt uitgekozen, het gaat de komende weken spannend worden.

De dag werd mooi afgesloten met een bezoek aan POMA, een toonaangevende Franse fabrikant van kabelbanen en mobiliteitsoplossingen in de bergen. Interessant is dat ze – ook vanwege de door de klimaatverandering verwachte krimp van de skimarkt – bezig zijn nieuwe markten aan te boren, zoals stadskabelbanen. Ook namen we een kijkje achter de schermen bij de ijsbaan van de Brûleurs de Loups, het bekende ijshockeyteam van Grenoble.

Donderdag vierden we alvast Koningsdag hier in Parijs, omdat volgende week veel Parijzenaars met vakantie zijn. Het Fête du Roi is voor ons als ambassade hét moment om onze contacten in Frankrijk op de residentie uit te nodigen om onze waardering voor de samenwerking te tonen. Dat betekende dat ik samen met mijn collega’s Monique van Daalen, onze ambassadeur (Permanent Vertegenwoordiger) bij UNESCO en Jochem Wiers onze ambassadeur bij de OESO, in het tijdsbestek van krap drie uur een rijkgeschakeerd gezelschap mocht begroeten. Onder de lentezon en tussen de tulpen verzamelden zich vertegenwoordigers van alle takken van sport waarmee uw ambassade en de twee Parijse permanente vertegenwoordigingen te maken hebben: ministeries, internationale organisaties, ambassades, maatschappelijk middenveld, politie, bedrijfsleven, landbouw, defensie, cultuur, media etc. In mijn toespraak benoemde ik nog eens hoe belangrijk het is dat mensen en landen met elkaar in gesprek en uitwisseling blijven, ook (juist) in deze turbulente tijden. Ook benutten we de Koningsdagviering om een aantal (Frans-)Nederlandse innovatieve bedrijven te presenteren. En natuurlijk om producten als de Zeeuwse oester te promoten.

Hoewel zo’n grote receptie veel werk betekent voor het hele ambassadeteam, is het gezien de vele enthousiaste reacties deze inspanningen wel (meer dan) waard. Het prachtige lenteweer werkte ook mee.

Zoals aangegeven organiseerden we deze receptie voor onze werkcontacten in Frankrijk. Misschien vraagt u zich af waarom de ambassade niet ook alle Nederlanders in Frankrijk uitnodigt voor een receptie. Dat is eigenlijk alleen al in praktische zin in een land als Frankrijk niet te doen: er zijn hier tienduizenden Nederlanders vast gevestigd en nog veel meer landgenoten die een deel van het jaar hier verblijven. Daar komt bij dat we er eenvoudigweg geen budget voor krijgen: we kunnen de Nederlandse belastingbetaler niet aanslaan voor puur feestelijke gelegenheden voor Nederlanders in het buitenland, hoe leuk dat ook zou zijn. Indien u zelf Koningsdag wilt vieren in Frankrijk, dan kan ik u aanraden contact op te nemen met een Nederlandse vereniging bij u in de buurt om te weten wat zij eventueel organiseren. Alle verenigingen zijn te vinden via de FANF (Fédération des Associations Néerlandaises en France) : www punt fanf punt fr .

Dan zijn we alweer aan het eind van de week beland. Vanmorgen was ik opnieuw op weg naar Nederland, dit keer naar Den Haag waar ik vandaag een aantal afspraken had. De komende weken ben ik afwezig i.v.m. deelname aan een grote conferentie en aansluitend vakantie. U zult dus een tijdje niets van mij horen (beter: lezen).
In mijn afwezigheid zal mijn plaatsvervangster Sara Offermans mij vervangen bij de Dodenherdenking, die zoals elk jaar zal plaatsvinden in Orry-la-Ville, een dorp zo’n 40 km ten noorden van Parijs waar zich het Nederlandse militaire ereveld bevindt, de plek waar 114 Nederlandse slachtoffers van de 2e Wereldoorlog begraven zijn.

Zou u zelf in de buurt zijn op maandag 4 mei, dan nodigen we u van harte uit om aanwezig te zijn bij deze mooie ceremonie. Het programma begint om 13u30 en is rond 16u00 afgelopen (graag vooraf uw aanwezigheid bevestigen via [email protected], zodat wij een inschatting van het aantal aanwezigen kunnen maken).

Ik wens u een mooi begin van de meimaand toe.
Jan Versteeg

Foto's 📷 Ferry van der Vliet

Photos from Ambassadeur Jan Versteeg's post 17/04/2026

Zonder moedige mensen geen vrijheid

Mijn bericht van vorige week eindigde met de hoop dat Mathieu Van der Poel, drievoudig winnaar van de Paris-Roubaix, deze ‘Hel van het Noorden’ opnieuw zou winnen. Helaas zat het Mathieu tegen met twee lekke banden op het parcours van de Trouée d’Arenberg, een even legendarisch als gevreesd stuk met de Noord-Franse kasseien. Hij gaf niet op en beperkte de schade om de 4e plaats te behalen, gezien de omstandigheden nog altijd een fantastische prestatie. Bijna won onze 38-jarige landgenote de eindsprint van de vrouwenrace, maar ze kwam net iets tekort tegenover de Duitse Franziska Koch. Thijs Wiersma, de Nederlandse belofte in de klasse tot 19 jaar, wist op de legendarische wielerbaan van Roubaix wel de concurrentie op de laatste meters te kloppen.

Ik was die zondag ook in het noorden voor een evenement waar sport en economische diplomatie samen kwamen. Een 25-tal Nederlandse en Belgische bedrijven deed mee aan een evenement over investeringskansen in de regio Hauts-de-France, georganiseerd door de regionale overheid in samenwerking met de Vlaamse vertegenwoordiging en ons NBSO (Netherlands Business Support Office), beiden in Lille gevestigd. Ook de Secretaris-Generaal van de Benelux, de Belgische diplomate Ariadne Petridis, vereerde ons met haar aanwezigheid.

Terug in Parijs ging ik maandag naar het Louvre voor de avant-première van de expositie ‘Michel-Ange / Rodin, corps vivants’. Hiermee laat het Louvre (tot 2 juli aanstaande) twee ongeëvenaarde meesters van de westerse beeldhouwkunst een dialoog voeren. Meer dan 200 tekeningen, sculpturen en voorstudies zijn samengebracht om te laten zien hoe, met een tussenpoos van drie eeuwen, Michelangelo (1475-1564) en Auguste Rodin (1840-1917) allebei een uitzonderlijk technisch vermogen paarden aan een even zeldzame verbeeldingskracht en er zo in slaagden om hun beelden gevoelens en ideeën over te laten brengen. Toen ik voor ‘De Denker’ stond, dacht ik aan het hedendaagse bronsbeeld Torso RM / Self-portrait 6 van kunstenaar Caspar Berger dat ik elke dag zie in de tuin van de residentie (zie bijgaande foto). Net als het beroemde beeld van Rodin is deze geïnspireerd door de klassieke Torso Belvedere, die in het museum van het Vaticaan te vinden is. Het avondlijke bezoek was ook een gelegenheid om even bij te praten met Christophe Leribault, de nieuwe directeur van het Louvre, die graag met Nederland samenwerkt.

In het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Benelux-Unie ontving ik dinsdag voor de lunch Pieyre-Alexandre Anglade, voorzitter van de Commissie Europese Zaken in de Assemblée Nationale en ‘député des Français au Benelux’. Frankrijk heeft zoals u weet een districtenstelsel. En omdat er drie miljoen Fransen in het buitenland wonen, zijn er ook elf kamerleden die in een buitenlands ‘district’ gekozen worden. De ambassadeurs en zaakgelastigden van Finland, Denemarken en Zweden woonden deze lunch eveneens bij, samen met hun Benelux-collega's. Zowel de Europese als de nationale politiek boden genoeg gespreksstof.

Verder houden de oorlog in het Midden-Oosten en de stijgende olieprijzen ons druk bezig. Woensdag hadden we een bijzondere bijeenkomst met zowel de ambassadeurs van de EU-landen, als de collega’s van de landen in de Perzische Golf, verenigd in de zogeheten Gulf Cooperation Council. We wisselden van gedachten met Dora Catutti, die president Macron adviseert over het Midden-Oosten. De interventies van de Arabische ambassadeurs waren indringend, hun landen hebben deze oorlog niet gewild, maar dragen wel de gevolgen. Ook bestond er aan beide zijden veel zorg over de burgerbevolking in Libanon. Een van de onbedoelde gevolgen van de operaties van de VS en Israël is dat de Golflanden en de EU in elkaars armen gedreven worden.

Dezelfde dag had ik een kennismakingsgesprek met Claire Raulin, de nieuwe directrice veiligheidsbeleid (of: affaires stratégiques, zoals de Fransen zeggen). Als chef veiligheid op de Quai d’Orsay overziet zij alle internationale veiligheidsinspanningen van Frankrijk. Een belangrijke gesprekspartner, die al een tijd op het lijstje stond om te ontmoeten. Raulin was tot afgelopen januari nog prefect van het departement Lot in Zuid-Frankrijk, wat voor haar aanleiding was om de bijdrage te prijzen van de vele Nederlanders aan het gemeenschapsleven in die Zuid-West-Franse regio. Ik kon uitgebreid met Raulin spreken over de voorbereidingen voor de internationale conferentie die Frankrijk en het VK deze vrijdag organiseerden over de Straat van Hormuz. Met een brede coalitie van landen, waaronder zelfs China, willen zij het signaal afgeven aan de VS en Iran dat zij bij willen dragen aan de beëindiging van het conflict. Dit in de vorm van een neutrale maritieme operatie om de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz opnieuw mogelijk te maken.

Woensdag ging ik richting Zeeland om donderdag aanwezig te zijn bij de uitreiking van de prestigieuze Four Freedoms Awards in Middelburg. Deze prijzen worden ieder jaar afwisselend in New York en Middelburg uitgereikt aan personen of organisaties die zich inzetten voor de vier vrijheden die Franklin Roosevelt verkondigde in zijn historische speech in 1941 : de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijwaring van gebrek en de vrijwaring van vrees. Deze laatste werd dit jaar, in aanwezigheid van onze Koning, prinses Beatrix, premier Jetten en leden van de familie Roosevelt, uitgereikt aan de Française Gisèle Pelicot, die vorig jaar naar buiten trad over het jarenlange seksueel misbruik dat zij heeft ondergaan. Door haar proces openbaar te maken heeft zij een taboe doorbroken dat helaas nog altijd rust op de slachtoffers van seksueel misbruik. Ik was toen ik mw Pelicot eerder dit jaar mocht uitnodigen voor deze Four Freedoms Awards al onder de indruk van haar rustige en waardige kracht, maar nu nog meer. Sinds de publicatie van haar boek ‘Joie de vivre’ / ‘Ode aan het leven’ in februari heeft zij tientallen media-optredens en boekpresentaties gedaan, in tal van landen. Daarmee brengt ze echt een maatschappelijke verandering tot stand. Om haar eigen woorden te gebruiken: de schaamte wisselt van kant. Van de slachtoffers, naar de daders van seksueel geweld.

Gisèle Pelicot bevond zich in gezelschap van andere bijzonder moedige personen; President Zelensky en het Oekraïense volk kregen de overkoepelende internationale Four Freedoms Award uitgereikt. Ook zijn speech galmde nog lang na in de Middelburgse Nieuwe Kerk. Maar ook de verhalen van de andere laureaten verdienen het om nogmaals bekeken te worden: www punt fourfreedoms punt nl. In de video van de plechtigheid komt ook kleindochter Anna Eleanor Roosevelt aan het woord, die jarenlang namens de familie de Four Freedoms Awards begeleidde en nu afscheid neemt. Zij constateert met pijn in het hart dat, na decennia waarin vooral stappen vooruit werden gemaakt, de vrijheid nu op veel plaatsen op de wereld onder vuur ligt.

Mijn vrije vrijdagochtend gebruikte ik om de al langer staande uitnodiging van directeur Anya Luscombe van het Zeeuws Archief te verzilveren. Ik zou daar wel tien stukjes over kunnen schrijven. Het Zeeuws Archief is gehuisvest in het Van de Perre Huis, dat een on-Nederlandse allure heeft. Het lijkt nog het meest op de Parijse ‘hôtels particuliers’, (vooral 18e -eeuwse) stadspaleisjes die nu vaak in handen zijn van ambassades of ministeries. Eronder en erachter ligt een enorm modern archief, dat ook een grote overstroming zou overleven. Daar, en op een tweede locatie, ligt meer dan 35 km archiefmateriaal opgeslagen. Archivaris Peter Blom had allerlei stukken over de banden tussen Zeeland en Frankrijk opgediept, onder meer uit de tijd dat Middelburg de hoofdstad was van het Franse departement ‘Bouches de l’Escaut’. Alle reden om nog eens uitgebreider terug te gaan. Gelukkig ontvangt het archief graag bezoekers, ook u bent van harte welkom. Veel materiaal is ook online te raadplegen.

Nu spoorslags terug naar Parijs. Ik wens u een goed weekend,
Jan Versteeg

Photos from Ambassadeur Jan Versteeg's post 10/04/2026

Blauwe luchten, groene ambities

Na een heerlijk Zeeuws paasweekend was ik dinsdag opnieuw uitgenodigd op het Palais du Luxembourg, waar sinds 1799 de Franse Senaat is gevestigd. Nu is het een centraal punt in de Franse democratie, maar ooit was het gebouw juist een symbool van de absolute macht van de Franse vorsten. Het werd gebouwd voor regentes Maria de Médicis, weduwe van Hendrik IV en moeder van Lodewijk XIII. Na de val van het Ancien Régime was het ook nog een tijdje de gevangenis voor de Franse adel, waarvan een aanzienlijk deel onder de guillotine eindigde.

De kwestie waarvoor ik uitgenodigd was, bleek echter geen halszaak. We werden uiterst vriendelijk ontvangen door sénatrice Michelle Gréaume (Parti Communiste Français) uit Lille en haar staf. Mw Gréaume is rapporteur voor het wetsvoorstel over de ratificatie van het Verdrag betreffende de grens tussen Sint-Maarten en Saint-Martin. Ik vertelde hier u al een paar weken geleden over. Voorafgaand aan de zitting van de verantwoordelijke senaatscommissie wilde de rapporteur enige toelichting. Terwijl Saint-Martin onderdeel uitmaakt van het land Frankrijk, is de andere helft van het eiland een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het Koninkrijk (verder bestaande uit Nederland, Curaçao en Aruba) is verantwoordelijk voor de buitenlandse betrekkingen, en dus ook voor dit verdrag. Nederlandse ambassadeurs vertegenwoordigen tevens de andere landen van het Koninkrijk, reden waarom ik bij de senaat werd uitgenodigd. Dankzij de goede voorbereidingen van politiek medewerker Raphaël Lepot kon ik mw Gréaume goed informeren over het goedkeuringsproces aan onze kant, waarin binnenkort ook de Eerste en de Tweede Kamer (en de Staten van de andere koninkrijksdelen) zich over het goedkeuringsverdrag zullen buigen. Gisteren vernamen we dat de behandeling in de senaatscommissie voorspoedig was verlopen.

Het gesprek met de rapporteur vond plaats in de annex van de bibliotheek van de senaat, dat klinkt een beetje achteraf, maar het gaat om een enorme zaal met 57.000 boeken verdeeld over meerdere etages. Aan het plafond prijken twaalf grote doeken van de Antwerpse schilder Jacob Jordaens, die ook een hoofdrol speelde bij de decoratie van de Oranjezaal in Huis ten Bosch in Den Haag. Bijzonder detail: de glorietijd van schilder Jordaens viel precies in de periode waarin Frankrijk en Nederland het eigendom van Sint Maarten betwistten. In 1648 werd in het Verdrag van Concordia een grove verdeling afgesproken, die 378 jaar standhield, maar nu in het deze week in de senaat besproken verdrag verhelderd wordt.

Die avond was ik te gast bij een diner met Maud Bregeon, de Franse regeringswoordvoerdster en tevens gedelegeerd minister voor Energie. Mevrouw Bregeon sprak zonder meel in de mond over zowel de crisis in het publieke debat en de politiek in Frankrijk, als over de door de Irancrisis opnieuw gebleken afhankelijkheid op energiegebied. Het zal u niet verbazen dat zij pleitte voor een acceleratie van de overgang van Europa op kernenergie (en hernieuwbare energiebronnen). Het diner werd eerder dan anders afgesloten, omdat die nacht het ultimatum van president Trump aan Iran zou verlopen, en de Franse regeringswoordvoerdster daarvoor paraat moest staan.

Gelukkig werden we woensdag wakker met het nieuws dat de VS en Iran een voorlopig staakt het vuren hadden afgesproken, waardoor een verdere escalatie van het conflict voorlopig is afgewend en (hopelijk) de Straat van Hormoez weer geopend wordt.

Het ontbijt dat mijn Cypriotische collega (tijdelijk EU-voorzitter) die ochtend organiseerde met Martin Briens, de deze winter aangetreden Secretaris Generaal van het Franse BZ-ministerie, bood een goede gelegenheid voor een eerste inschatting van kans op een duurzaam bestand, en van de uitdagingen als het stof neerdaalt. Frankrijk is zeer betrokken bij de situatie in Libanon, waar de bombardementen doorgaan. In de hele regio wonen tussen de drie- en de vierhonderdduizend Fransen (vooral in Israël, de Emiraten en Libanon). En het land heeft defensieverdragen met de VAE en Qatar. Er zijn aanzienlijke risico’s voor de regionale stabiliteit nu de oorlog bestaande evenwichten aan het wankelen heeft gebracht.

Ondertussen werken we ook maar ijverig door aan de energietransitie. Woensdag ontvingen we op de residentie de werkgroep Waterstof van het Frans-Nederlandse Pact voor Innovatie en Duurzame Groei. Tot twee jaar geleden waren overheid en industrie laaiend enthousiast over waterstof. Wind- en zonne-energie hebben als nadeel dat de productie pieken en dalen kent (die meestal niet samenvallen met de pieken en dalen in het verbruik), wat tot problemen in het stroomnet leidt. Door met de opgewekte elektriciteit waterstof te produceren, kan de energie worden opgeslagen en vervolgens op schone wijze worden gebruikt in transport en industrie. Maar door een aantal factoren is de liefde voor waterstof bekoeld. Met 45 koplopers uit de industrie en beleidsmakers maakten we een grondige inventarisatie van de barrières én de kansen voor nauwere samenwerking tussen Nederland en Frankrijk om de waterstof-economie echt van de grond tillen.

Verder ontmoette ik deze week Lisette Mattaar, directrice van de Oorlogs Graven Stichting (OGS). De OGS werd in 1946 opgericht met als doel Nederlandse oorlogsslachtoffers een waardige laatste rustplaats te geven en hun nagedachtenis te bewaren. De stichting houdt zich wereldwijd bezig met het opsporen, registreren en identificeren van oorlogsslachtoffers, en met de aanleg, inrichting en het onderhoud van Nederlandse oorlogsgraven en erevelden. Met dit werk draagt de OGS bij aan blijvende herinnering en bewustwording dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Het Nederlandse ereveld in Orry-la-Ville is één van de door de OGS aangelegde begraafplaatsen in het buitenland en werd in 1958 ingewijd. Het ereveld herinnert in totaal aan 222 Nederlanders en wordt onderhouden in samenwerking met een Franse zusterorganisatie, de ONACVG.

Mw Mattaar en twee collega’s bezochten het ereveld in Orry-la-Ville voor een inspectie en een kranslegging. Zoals elk jaar zal hier 4 mei a.s. de jaarlijkse dodenherdenking plaatsvinden. Zou u zelf in de buurt zijn op maandag 4 mei, dan nodig ik u van harte uit om aanwezig te zijn bij deze mooie ceremonie in Orry-la-Ville (zo’n 40 km ten noorden van Parijs). De ontvangst is vanaf 13u30, begin ceremonie om 14u00 en einde programma rond 16u00 (graag vooraf uw aanwezigheid bevestigen via [email protected], zodat wij een inschatting van het aantal aanwezigen kunnen maken).

Vrijdag hadden we voor de tweede keer binnen een maand bezoek van Erwin Nijsse, Directeur-Generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van EZK, als vervolg op zijn recente bezoek. Zijn programma omvatte o.a. een gesprek over het stimuleren van investeringen in beide landen in sectoren die cruciaal zijn voor onze toekomst.

Verder was het deze week ook tijd om afscheid te nemen van twee geliefde ambassadecollega’s. Liesbeth Vreeswijk werkte vele jaren bij ons en versterkte met haar tomeloze inzet meerdere afdelingen en Anaïs Lapierre leverde een belangrijke bijdrage aan ons werk op het gebied van onderwijs en wetenschap. Ik wenste hen allebei veel succes toe voor de toekomst.

Als laatste een bericht voor Nederlanders uit de regio Toulouse. Twee van onze consulaire collega’s zullen op 8, 9 en 10 juni in Toulouse zijn met het mobiele paspoort-aanvraagstation. We hopen daar zoveel mogelijk mensen te kunnen helpen waarbij we vanzelfsprekend voorrang geven aan mensen die om medische redenen niet naar Parijs kunnen reizen. U kunt meer informatie vinden op de website nederlandwereldwijd(punt)nl ->paspoort-id-kaart->aanvragen-in-de-buurt.

Rest mij u een goed weekend te wensen. Ikzelf ga alweer naar Noord-Frankrijk, dit keer om de aankomst van de wielerrace Paris-Roubaix bij te wonen. Hopelijk wint opnieuw Mathieu van der Poel, die zowel Nederlandse, Franse als Belgische wortels heeft. Maar daarover volgende week meer !

Jan Versteeg

Vous voulez que votre entreprise soit Service Du Gouvernement la plus cotée à Paris ?

Cliquez ici pour réclamer votre Listage Commercial.

Emplacement

Adresse


Paris
75007