01/10/2026
Je bent Jutter als...
Geboren in het Lidwina-ziekenhuis en opgegroeid in De Schooten kan ik mijzelf een echte ‘Jutter’ noemen. Hoewel… ooit las ik dat als je in Den Helder bent geboren maar je ouders niet, je officieel een ‘Nieuwedieper’ bent. Pas als je ouders hier óók geboren zijn, ben je een ‘echte Jutter’. Met een vader die hier geboren is, maar een moeder die import-Fries is, val ik dus officieel onder het eerste.
Maar ik stel mijzelf gerust. Als ik tegenwoordig naar een WK voetbal kijk en zie dat sommige landen bestaan uit spelers die er nog nooit één seconde hebben gewoond — en hun ouders ook niet — maar toevallig nog een opa hadden die daar ooit een keer een broodje heeft gegeten, dan mogen zij zich international noemen van dat land. Dus dan mag ik mij gewoon Jutter noemen. Kennelijk maakt het niet uit waar je geboren bent, maar hoe je je voelt. Gelukkig maar, want als mijn kat toevallig in een aquarium was geboren is het ook niet ineens een goudvis.
Opgegroeid in Den Helder leerde ik al jong van alles over de stad en haar inwoners. Ook over de minder gezellige exemplaren. Zo had je in de jaren 80 en 90 een paar broers die toen al vonden dat spullen van anderen eigenlijk automatisch van hen waren. Ging je naar zwembad De Schots — waar je toen nog geen kluisjes had — en zag je hen ook binnenlopen? Dan wist je genoeg. Zij bleven altijd opvallend lang “bij de kleding hangen”. Gratis winkelen zeg maar. Als 12 dan wel 13-jarige snapte ik daar niets van. Ik nam daarom altijd alleen gepast geld mee. Of nog beter: een oranje zwembadkaartje van de 100-banenkaart. Viel weinig aan te verdienen.
Nu, ruim 35 jaar later, is er weinig veranderd. De oudste broer heeft nog steeds moeite met twee dingen: drugsgebruik en het betalen ervan. Met als logisch gevolg dat alles wat hij ziet wordt gestolen. Inbraken, fietsendiefstallen, spullen uit winkels, noem maar op. Ik heb hem meerdere keren aangehouden en verbaas mij nergens meer over, behalve dat hij soms niet lang vastzit. Inmiddels mag hij vrijwel geen winkel meer in en heeft hij meer dan de helft van zijn leven vastgezeten. En zijn ouders? Laatst zag ik zijn moeder hem nog geld geven, zogenaamd “voor eten”. Ik wist beter. Sommige dingen zie je al aankomen voordat iemand überhaupt aan de drugs zit.
Maar zoals ik zei: ik groeide op in De Schooten. Het voordeel van De Schooten was dat er vroeger twee soorten woningen waren van de woningstichting: het type vier-slaapkamerwoningen rond het Commandeursplein en de ruime eengezinswoningen met 3 slaapkamers zoals in de Graaf Willem II-straat.
Het nadeel van die mooie grote huizen en ruim opgezette wijk was dat de mensen die daar eind jaren 60 kwamen wonen er vervolgens ook letterlijk nooit meer weggingen. Daardoor had je in de jaren 90 bewoners die er al 25 tot 30 jaar zaten en daar bepaalde zelfverzonnen rechten aan ontleenden. Simpel gezegd: “Ik woon hier het langst, dus ik heb gelijk.”
Zo hadden wij in de buurt ook een buurman. Type gepensioneerde ingenieur en boos om alles. Voor wie vroeger Sesamstraat keek: meneer Aart was op hem gepasseerd, het kon niet anders. Hij woonde er het langst en had dus automatisch overal verstand van. Vond hij zelf dan. Voetballen? Niet bij hem in de buurt. En belandde er per ongeluk een bal in zijn tuin, dan was je hem kwijt. Tegenwoordig noemen we dat verduistering, toen noemden we het “pech hebben”.
Op een dag werden zijn autobanden lek gestoken. Omdat hij óók altijd onze voetballen jatte, moesten de daders volgens hem wel uit onze vriendengroep komen. Dus ook ik mocht mee voor “een gesprek” op het politiebureau. De buurman schreeuwde toen boos tegen mij: “Als jij zo doorgaat komen wij elkaar later nog vaak tegen op het politiebureau!”
Later bleek dat de echte daders twee mannen waren met wie hij ruzie had gekregen tijdens het uitlaten van de hond. Zo’n typisch conflict waarbij iemand roept: “Ik loop hier altijd dus jij gaat maar aan de kant” Alsof hij persoonlijk eigenaar van de stoep was. Een excuus omdat hij ernaast zat? Uiteraard niet. Dat zou ook totaal niet bij hem passen.
Vijftien jaar later liep ik zelf het politiebureau binnen voor een middagdienst en zag dat er een oudere winkeldievegge vastzat. Ze wilde naar het toilet en ik deed de deur voor haar open. Tot mijn verbazing zag ik de vrouw van de boze buurman. Ik keek verbaasd, zij keek vooral heel beschaamd. Ik groette haar vriendelijk en zei dat zoiets iedereen kon overkomen. Ik dacht overigens wat anders. "Nou,” zei ze zacht, “Cor* zal wel boos worden… hij komt mij zo ophalen.”
Dat was voor mij een prachtig moment van innerlijk plezier. Ik ging expres even bij de receptie staan toen de buurman binnenkwam. Hij meldde dat hij zijn vrouw kwam ophalen. Voor de vorm vroeg ik om zijn legitimatiebewijs, terwijl ik natuurlijk allang wist wie hij was. Toen zei ik: “Nou meneer Cor*, u had dus toch gelijk gekregen. We komen elkaar inderdaad weer tegen op het politiebureau.” Geen reactie. Maar geloof mij: ik had enorm plezier van binnen.
Het bijzonderste wat ik ooit meemaakte met mijn jeugd in Den Helder en het later werken hier, ging over een leraar van mijn middelbare school. Hij was behoorlijk autoritair tegen jongens, maar opvallend joviaal tegen jonge meiden. Achteraf waren dat al rode vlaggen waar tegenwoordig meteen drie vertrouwenspersonen van wakker worden.
Tijdens een schoolreis naar Luxemburg snauwde hij ooit naar mij dat er “nooit wat van mij terecht zou komen” en dat hij het zonde van zijn tijd vond om mij les te geven. Leuk om tegen een onzekere puber van vijftien te zeggen. “Lul,” dacht ik toen al. Ik was vooral blij dat ik het jaar daarna geen les meer van hem kreeg.
Twintig jaar later las ik tijdens mijn werk dat er een arrestant binnen zat: een leraar die door de zedenpolitie was aangehouden wegens ongepast contact met leerlingen. En toen ik de naam zag? Ik was eigenlijk niet eens verbaasd. Het voelde meer als een bevestiging van iets wat ik diep van binnen eigenlijk altijd al wist.
Ik wilde graag zijn avondeten brengen. Gewoon om hem even in de ogen te kunnen kijken. Dus ik deed de deur open en daar zat hij: die grote stoere leraar van vroeger. Ineengedoken in een hoekje. Klein, stil en nerveus. Hij keek mij aan en zei dat hij mij ergens van kende. Ik kon het niet laten en zei: “Volgens mij verspilde ik vroeger uw tijd vroeger nog.” Hij zei dat hij zich schaamde. Ik glimlachte alleen maar wat en dacht: “Waarvoor precies? Voor je gedrag? Voor je vrouw? Of alleen omdat je gepakt bent?”
Eén ding wist ik in ieder geval zeker: ik zou mijn baan behouden. Zijn toekomst was een stuk minder zeker. Overigens was hij niet de enige oud-leraar die later vanwege gedrag richting jonge meiden bij ons terechtkwam. Van één van hen las ik ooit letterlijk als verklaring: “In een romantische bui is dit gebeurd.” Dat is ook een bijzondere manier om een rechtzaal binnen te wandelen. Gast je bent in de 40 dat meisje 14, doe normaal, gebruik je verstand en niet een ander kloppend lichaamsdeel.
En zo zie je maar: wat je in je jeugd meemaakt of tegenkomt, kan je later als volwassene zomaar nog eens tegenkomen… alleen dan ineens vanaf de andere kant van het bureau. >PC
* De naam Cor is gefingeerd.
** Om verwijzingen naar de leraar te voorkomen is de reageermogelijkheid uitgeschakeld.
*** plaatje Ai