13/10/2026
IBV stelt 10 kritische vragen over structurele asielopvang in Voorne aan Zee
Op woensdag 14 oktober bespreekt de Commissie Ruimte de participatie- en communicatieaanpak voor structurele asielopvang.
In het voorstel wordt uitgegaan van 392 opvangplekken voor minimaal 10 jaar. IBV vraagt zich af waarom deze ingrijpende uitgangspunten onderdeel zijn van een voorstel dat juist over participatie gaat.
Daarom heeft onze fractie de volgende 10 technische vragen ingediend bij het college:
1. Waarom maken de inhoudelijke uitgangspunten van 392 opvangplekken en minimaal 10 jaar onderdeel uit van het raadsvoorstel over participatie- en communicatieaanpak, en waarom zijn deze uitgangspunten niet in een afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad voorgelegd.
2. Waarom wordt het aantal van 392 opvangplekken als vaststaand uitgangspunt gehanteerd? Kan het college exact aangeven wat juridisch verplicht is en welke bestuurlijke ruimte er nog bestaat om het Rijk, provincie of regiogemeenten te onderhandelen over een l***r getal, andere verdeling of fasering?
3. Welke concrete stappen heeft het college tot nu toe gezet om de opgave voor Voorne aan Zee te verlagen, anders te verdelen of gefaseerd uit te voeren? Met wie is hier over gesproken en wat waren de uitkomsten?
4. Waarom wordt direct uitgegaan van minimaal 10 jaar opvang? Is deze termijn wettelijk verplicht, volgt deze uit afspraken met het COA of andere partijen, of is dit een eigen beleidskeuze van het college?
5. Waarom worden juist de meest fundamentele keuzes, 392 opvangplekken en minimaal 10 jaar, buiten de participatie gehouden, terwijl het voorstel stelt dat inwoners vanaf het begin worden betrokken?
6. Welke daadwerkelijke beslisruimte houdt de gemeenteraad na vaststelling van deze aanpak nog over ten aanzien van het aantal van 392 en de minimale termijn van 10 jaar? Kunnen beide uitgangspunten later nog door de raad worden gewijzigd?
7. Bestaat er op dit moment al een longlist, shortlist, locatiescan, inventarisatie of ander overzicht van mogelijke opvanglocaties? Zo ja, welke locaties betreft dit, sinds wanneer bestaat dat overzicht en kan dit voor de commissiebehandeling openbaar gemaakt worden?
8. Zijn over één of meer mogelijke opvanglocaties al gesprekken gevoerd met het COA, grondeigenaren, vastgoedpartijen of andere betrokkenen, of zijn al haalbaarheidsonderzoeken, taxaties of ruimtelijke onderzoeken uitgevoerd? Zo ja, voor welke locaties en kan de raad deze stukken ontvangen?
9. Hoe verhoudt de voorgenomen beëindiging van het opvangschip met circa 150 bewoners zich tot de 392 structurele opvangplekken? Worden deze bewoners per januari ergens anders gehuisvest en, zo ja, op welke locatie en betreft dit tijdelijke noodopvang of structurele opvang?
10. Tellen de circa 150 opvangplaatsen die nodig zijn na de beëindiging van het opvangschip mee binnen de 392 opvangplekken, of komen deze geheel bovenop de 392? Graag een cijfermatige uitsplitsing zodat voor de raad en de inwoners duidelijk is over hoeveel opvangplaatsen in totaal wordt gesproken.
Participatie mag geen verpakking worden voor het vaststellen van kaders.
IBV wil eerst duidelijkheid over de juridische verplichtingen, welke onderhandelingen het college heeft gevoerd om de opvangopgave te beperken en welke keuzes nog openstaan.