16/10/2026
Van Groninger Koftjalk tot Literaire Ark
De honderdjarige zwerftocht van koftjalk ‘Rival’ (Meetnummer Hz1371N)
Er zijn schepen die stilletjes geschiedenis schrijven, en er zijn schepen die de hoofdrol spelen in wereldberoemde romans. De koftjalk Rival, in 1909 van de helling gelopen in het Groningse Martenshoek, is zo’n schip. Voordat ze in de jaren vijftig transformeerde tot de varende schrijversarc van auteur Jan de Hartog, trotseerde ze als robuust zeilend vrachtschip decennialang de grillen van de Noord- en Oostzee. Een reconstructie van een fascinerende maritieme zwerftocht.
Wie vandaag de dag langs de schilderachtige Vinkeveense plassen of de Utrechtse wateren wandelt, kan haar zomaar zien liggen: een prachtig, glanzend gestreken koftjalk met een statige boeg en een rijke, houten betimmering. Dit is de Rival. Voor voorbijgangers oogt ze als het ultieme, romantische woonschip. Maar wie dieper in de stalen huid van dit varende monument duikt, stuit op een avonturenverhaal dat al in het voorjaar van 1909 begon.
⚓ Geboren voor de zoute branding
Op 3 maart 1909 hield de Scheepsmetingsdienst in Hoogezand een gloednieuw schip tegen de meetlat. Het resultaat werd zwart-op-wit vastgelegd onder meetteken Hz1371N: een ijzersterke dektjalk van 24,10 meter lang, bijna 5 meter breed en met een indrukwekkend laadvermogen van ruim 148 ton. Gebouwd op de befaamde werf van W. Boerema in Martenshoek, was dit schip niet bedoeld voor het rustige binnenwater. Dit was een 'zeekastje', een model zwaar genoeg om buitengaats de elementen te trotseren.
Under het gezag van haar eerste vaste schipper, kapitein J. Bartelds (in krantenberichten vaak gespeld als Bartels), begon de Rival aan een veeleisend bestaan in de kustvaart. Haar ruim zat steevast vol met bulkgoederen: hout uit Scandinavië, graan uit Duitsland of turf uit de veenkoloniën. Het schip pendelde als een betrouwbare logistieke schakel tussen grote overslaghavens als Hamburg en Bremen, en voer diep de rivieren op naar industriesteden zoals Deventer en Rotterdam.
“Delfzijl, 19 mei 1909. Binnengekomen de Rival, kapitein Bartelds, van Emden.” — Een nuchtere krantenmelding luidt de vuurdoop in van een schip dat later de wereldzeeën zou oversteken.
🌊 Noodlot bij Wangeroog
Dat het leven op een zeilende coaster begin twintigste eeuw geen sinecure was, bleek in de nazomer van 1912. Geladen met een zware vracht rogge zette kapitein Bartelds vanuit Hamburg koers richting het Duitse Münster. Op de Noordzee sloeg het weer echter genadeloos om. Een stormachtige bries en een verraderlijke ebstroom stuwden de Rival uit haar veilige koers.
Eind augustus sloeg het noodlot toe: de tjalk liep met een zware klap vast op de beruchte zandplaten bij het Duitse waddeneiland Wangeroog. De branding beukte dagenlang onbarmhartig op het schip in. Het zware eikenhouten roer sloeg los uit de hengsels en de achtersteven raakte zwaar beschadigd, waardoor de Rival lek sloeg. Pas op 4 september slaagde de legendarische stoomsleepboot Alert erin om de gehavende tjalk vlot te trekken en Delfzijl binnen te slepen.
“Het schip heeft averij opgelopen aan de achtersteven en het roer is losgeraakt, waardoor het schip lek is geworden. De lading rogge is vooralsnog droog.” — Nieuwsblad van het Noorden, 4 september 1912.
Het Groningse vakmanschap bewees daar haar definitieve dienst: ondanks de zware averij hield de stalen buik stand en bleef de kostbare lading graan droog. Na een intensieve winterreparatie op de werf gleed het schip in 1913 sterker dan ooit tevoren weer haar element in.
🇩🇰 De Deense jaren en de dans ontspringen
Toen de zeilvaart na de Eerste Wereldoorlog terrein verloor aan de opkomende stoom- en motorvaart, kreeg de Rival haar eerste hulpmotor (een klassieke gloeikopmotor). Maar de crisisjaren hakten er diep in. In maart 1936 werd het schip definitief uitgevlagd en verkocht naar een Deense reder.
Veertien jaar lang bleef de tjalk onder Deense vlag actief tussen de honderden eilanden van de Sont en de Oostzee. Tijdens de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog bleek haar geringe diepgang haar grootste redding: terwijl grote zeeschepen ten prooi vielen aan torpedo's en vorderingen, kon de Rival geruisloos schuilen in de kleinste, ondiepe vissershavens. Ze overleefde de oorlog nagenoeg ongeschonden, maar raakte tegen het eind van de jaren veertig definitief overbodig. Ze lag te verstoffen, wachtend op de onvermijdelijke sloophamer.
✍️ De metamorfose tot literaire ark
In 1950 nam het lot een magische wending. De gevierde Nederlandse schrijver Jan de Hartog zocht een geschikte basis voor een varend woonschip en stuitte in Denemarken op het roestige, maar kerngezonde casco van de oude Rival. Hij keek door de vervuiling heen en herkende direct de robuuste, authentieke lijnen van het Martenshoeker zeekastje.
In 1951 volgde de meest ingrijpende transformatie uit haar bestaan. Waar ooit tonnen rogge en hout lagen, verrees nu een klassieke salon met antiek houtsnijwerk, een open haard en een bibliotheek. De Rival werd een icoon. Tijdens de Watersnoodramp in februari 1953 voer De Hartog met zijn schip naar het rampgebied in Zeeland, waar de tjalk wekenlang heldhaftig dienstdeed als varend hospitaalschip. Deze aangrijpende weken vormden later de blauwdruk voor zijn wereldberoemde roman De kleine Ark.
“Dit schip had een ziel die gesmeed was in de Groningse klei en gehard in de zoute stormen van de Noordzee.” — Vrij vertaald naar de filosofie van Jan de Hartog over zijn geliefde Rival.
Niet veel later stak de Rival – ditmaal als deklast op een oceaanstomer – de Atlantische Oceaan over. Jan de Hartog gebruikt haar om de uitgestrekte binnenwateren en moerassen van Texas en Louisiana te verkennen, wat leidde tot het boek De wateren van de Nieuwe Wereld.
✨ Een levende legende.
Na haar Amerikaanse avonturen keerde het schip in de decennia die volgden terug naar haar bakermat. Vandaag de dag wordt de Rival (geregistreerd in de LVBHB-schepengalerij onder nummer 10544) door haar huidige eigenaren liefdevol in topconditie gehouden rond Utrecht en Vinkeveen.
Het schip is veel meer dan zomaar een historische tjalk; het is een tastbaar stuk geschiedenis dat de stormen van de Noordzee, de verschrikkingen van een wereldoorlog en de creativiteit van een van Nederlands grootste schrijvers in haar stalen spanten met zich meedraagt. De Rival vaart nog altijd, als een levend bewijs dat écht Groninger vakmanschap de eeuwigheid kan trotseren.
⚓ Terugkeer als varend monument
• Jaren '60 – '70: Nadat Jan de Hartog zich definitief in de Verenigde Staten vestigt, wisselt de Rival een aantal keer van eigenaar en keert het schip uiteindelijk terug naar Europese bodem.
• 1978 2022 Stilletjes Verscholen. Een heimelijk Periode ligt de Rival van 1978 tot heden op de Vinkeveense Plassen .Verscholen achter de loods van een Jachthaven op de zuidplas doet zij haar rust en dienst als woonschip.de innerlijke klassieke inrichting blijft behouden. Er werd in deze periode recreatief mee gezeild op de Vinkeveense plassen en er worden (zeil) tochten gemaakt door het land.
• 2022 tot Heden: De Rival is nog altijd volledig behouden in de historische staat waarin Jan de Hartog haar in 1951 heeft omgebouwd. Het schip is opgenomen in de LVBHB Schepengalerij onder nummer 10544. En is te vinden in het landelijke scheepsregister Rven onder nummer 2969 Haar huidige vaargebied en ligplaats liggen rond Utrecht en het Gooi (Vinkeveen). De huidige eigenaar houden de Koftjalk in topconditie als varend monument maritiem erfgoed en delen haar actieve avonturen via de Koftjalk Rival Facebookpagina.
Sinds 2022 is de Koftjalk weer volop te zien op de Vinkeveense plassen, Met regelmaat is het te bewonderen op haar ligplaats en langs de recreatie eilanden. Na een recente werfbeurt is het scheepje weer in topconditie gebracht. Rival is een van de weinig nog overgebleven koftjalken in Nederland En daarmee huisvest Vinkeveen een prachtig monumentaal schip met een rijke culturele historie. Veelal waarborgen gemeentes de historische waarden van dit soort schepen. Ze worden veelal gebruikt tussen bebouwing en het dorps aangezichten hebben daarmee een gewaarborgde plek. Mocht je de Rival eens in het echt bewonderen dan is deze te vinden op de Noorplas aan een van de cultureel historische legakkers in het prachtige verveende gebied de Vinkeveens plassen.